70.000 vrijwilligers

Welkom in Londen. U wilt weten hoe u bij het Olympisch Park komt? Neem de Jubilee-lijn naar Stratford. De openingstijden van Buckingham Palace? Van kwart voor tien tot half zeven, maar de laatste bezoekers worden om kwart voor vier toegelaten. De dichtstbijzijnde openbare wc’s?

Als het aan de organisatie van de Olympische Spelen in Londen en aan de gemeente ligt, worden bezoekers aan de stad de komende weken zo geholpen. Ik leer het op de cursus ‘Welcome to London 2012’, die 70.000 vrijwilligers de afgelopen maanden hebben gekregen. De mantra is: wees open, wees consequent, wees alert, wees onderscheidend, wees inspirerend. En: „Be part of the team.”

Op vrijwel iedere hoek zullen vrijwilligers te vinden zijn. Er zijn Games Makers, die in de stadions staan. Er zijn London Ambassadors, die vanuit paarse hokjes hulp kunnen bieden. Er zijn Travel Champions, die in de stations aanwezig zijn. Er zijn Last Mile Marshalls, die tussen de stations en de stadions de weg kunnen wijzen. Ze zullen ‘het gezicht van Londen’ zijn, zoals burgemeester Boris Johnson hen omschrijft.

Ik zit tussen de onvrijwillige vrijwilligers. De Londenaren die toeristen altijd al om uitleg vragen omdat ze een uniform dragen: de tuinmannen van Hyde Park, schoonmakers op Trafalgar Square, parkeerwachten, hotelconciërges, obers, bus- en taxichauffeurs.

En dus leren Kevin, Leroy, Ricardo, Siv, Dalibor, Jackie, John en Nigel op last van hun werkgevers op een regenachtige ochtend alles over de Spelen. Ze zijn van het handhavingsteam in Westminster, enkele van hen werken als nachtschoonmaker in het centrum. Ze weten wat toeristen kunnen veroorzaken, en evenementen helemaal. Zij ruimen de rotzooi op.

En de Spelen zijn tien keer zo groot. „Ik verwacht een klein beetje meer aggro”, zegt Jackie met gevoel voor understatement. Kevin heeft het over „een zaterdagnacht en dan twee weken lang”.

Want onderschat niet wat een toerist in Londen allemaal kan overkomen. Het blijkt wel uit hun vragen. John wil weten of de bezoekers wel verteld wordt dat men in Londen links rijdt. Er wordt gelachen. Maar hij zegt ernstig: „Ik zie het voortdurend in Oxford Street. Ze lopen zo onder een bus.”

Sue Edwards van G4S, de beveiligingsfirma die de cursussen verzorgt, moet een antwoord schuldig blijven. Ze plakt een Post-it op de muur, een herinnering dat ze Locog, het organiserend comité van de Londense Spelen, of de gemeente om raad moet vragen. Dat zal ze vaker doen deze ochtend; de vragen van de groep gaan niet altijd over de geschiedenis van de Londense Spelen, de stadions, of het transport – waar het oefenboek wel over gaat.

Wat Sue vooral wil leren, is dat „de bezoekers zich zullen herinneren hoe de sfeer in Londen was”. En Trafalgar Square mag dan voor Kevin en Leroy een werkplek zijn, „veel van de bezoekers zijn hier voor het eerst”. We maken een lijst met attracties van A tot Z, ter inspiratie voor als ons wordt gevraagd om tips: van afternoon tea tot de zoo. Het is goed om het over de leuke kanten van Londen te hebben, fluistert John. „Als ik ’s nachts werk, zie ik die nooit. Dan zijn er alleen maar dronken mensen, die de weg niet meer weten of hun portemonnee kwijt zijn.”

Maar hij heeft wel zin in de Spelen. Hij herhaalt Sue’s woorden: „Wij zijn er om bezoekers aan Londen herinneringen te geven.”