Den Haag houdt niet meer zo heel veel van Hilversum

Mediabeleid komt in Den Haag vooral neer op de organisatie van de publieke omroep. Zie de verkiezingsprogramma’s van de acht grootste partijen. Et voilà, van vijand tot vriend van Hilversum. De media zelf willen duidelijker kaders.

De omroepfusies die vanaf 2016 drie grote blokken in Hilversum vormen, gaan vier grote politieke partijen niet ver genoeg. Omroepverenigingen moeten productiehuizen worden die op basis van inhoud, en niet op basis van ledenaantallen, zendtijd krijgen bij de publieke omroep. Dat schrijven VVD, D66 en GroenLinks in vergelijkbare bewoordingen in hun verkiezingsprogramma’s. De PVV gaat nog verder. Wilders wil „een einde aan de verzuilde omroepjes”.

Het kabinet stemde vorige week in met de wijzigingen in de Mediawet die de fusies tussen omroepen mogelijk maken. Het regelt onder meer de bekostiging. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Raad van State.

Na de zomer moet de nieuwe Tweede Kamer zich uitspreken over de vernieuwde Mediawet en daarmee over de toekomst van de publieke omroep in Nederland. De vier partijen hebben samen geen meerderheid, op basis van peilingen van Ipsos Synovate, noch van Maurice de Hond.

De publieke omroepen willen fuseren. Zo hopen zij de kwaliteit van de programmering overeind te houden terwijl zij een kwart van het budget moeten inleveren. De bezuinigingen op de landelijke publieke omroep lopen op van 20 miljoen euro in 2013, 70 miljoen euro in 2014 tot 127 miljoen euro in 2015. Het veel gehoorde bedrag van 200 miljoen euro is inclusief de bezuinigingen op onder meer het Muziekcentrum voor de Omroep en andere mediadiensten.

Vanaf 2016 moet het publieke bestel bestaan uit drie fusieomroepen (AVRO/TROS, KRO/NCRV en VARA/BNN), drie kleinere zelfstandigen (VPRO, EO en MAX) en twee taakorganisaties zonder leden (NOS, NTR). Prima zeggen CDA, SP en PvdA, een eerste stap vindt de VVD.

Wat de politieke partijen verder willen met ‘de media’ staat in het onderstaande overzicht. Belangrijke thema’s zijn de publieke omroep op internet, de financiering van de regionale media en de modernisering van het auteursrecht.