Zonder hem geen Dylan of Springsteen

Hij schreef 3.000 nummers en inspireert honderd jaar na zijn geboorte nog musici. „In zijn liedjes kijk je dwars door zijn kleren en huid.” Woody Guthrie uit Oklahoma was zijn tijd ver vooruit.

Ongedateerde foto van een optreden van Woodie Guthrie (1912-1967) in de Verenigde Staten. Foto AP

De rauwrealistische vertelstijl van rappers, de sociaal betrokken liedjes van supersterren als Bruce Springsteen, Bob Dylan, Ry Cooder, Neil Young, de al decennia durende populariteit van singer/songwriters, het is allemaal terug te voeren op het pionierswerk van een kleine zwerver met een groot talent voor liedjesschrijven.

Woody Guthrie, die morgen 100 jaar geleden geboren werd, zou zo’n drieduizend liedjes schrijven en uitgroeien tot het boegbeeld van de sociaal geëngageerde stroming van folkzangers in de jaren zestig. Maar in de jaren dertig noemde Guthrie zich geen zanger of entertainer, hij was een scharrelaar die door vrienden werd omschreven als een wandelende rommelwinkel. Behangen met gitaar en banjo, een tas met boeken en typemachine, zwierf hij van stad naar stad, van kroeg naar café. Aangekomen in Californië ontdekte hij de erbarmelijke leefomstandigheden van de arbeiders. Het midwesten was in de jaren dertig getroffen door de ‘Dust Bowl’, een vier jaar durende droogte waardoor het land onvruchtbaar bleef. Zo’n 500.000 werkzoekende migranten trokken naar Californië, waar ze werden onderbetaald en in kampen gestopt.

Guthrie schreef er een serie liedjes over die in 1940 werden uitgebracht onder de naam Dust Bowl Ballads. Zijn gitaarspel was rudimentair, zijn stem dun, maar zijn schrijfstijl uitzonderlijk: met een virtuoos gevoel voor ritme en doorweven met fonetische zinnen, spreektaal, klankrijm en woordgrappen. Woody Guthrie sprak de taal van de gewone man en zorgde ervoor dat de teksten aansloten bij diens belevingswereld. Zoals hij zijn zingende vrienden eens aanraadde: „Besteed aandacht aan stoom, stoomketels, fluiten, wielen, motors, schachten, katrollen en krukas, en al die andere gadgets waar de moderne fabriek mee vol zit.”

De intellectuele elite in New York, waar hij eind jaren dertig was beland, omhelsde Guthrie als een exponent van de nieuwe literaire beweging waartoe ook John Steinbeck behoorde , wiens Grapes Of Wrath (1939) draait om de door droogte getroffen migrantenfamilies. De ‘nieuwe’ auteurs beschreven het leven van eenvoudige mensen die in zware tijden het hoofd boven water moesten houden. Zoals de linkse folkzanger Pete Seeger het noemde: hard hitting songs for hard hit people.

Guthrie, gecharmeerd van het Russische communisme, speelde op vakbondsbijeenkomsten en schreef commentaren voor socialistische blaadjes. Zijn nummers gingen over wat hij in de krant las; over het grote geheel en over de menselijke maat. Toen Japan in 1941 Pearl Harbor aanviel en Amerika vervolgens mobiliseerde, schreef Guthrie, die op zijn gitaar This machine kills fascists had geschilderd, een stel razende anti-Hitlersongs en een lied voor de soldaat die afscheid neemt van zijn liefje: So Long, It’s Been Good To Know You.

Ook toen Guthrie bekender werd speelde hij nog altijd in cafés, op straat of in metrostations waar de akoestiek gunstig was. Geld interesseerde hem niet. Hij zong voor een maaltijd of een glas en sliep bij vrienden op de vloer. Soms was hij even rijk, dankzij een honorarium voor een radio-optreden of een voorschot, zoals voor het manuscript van zijn autobiografie, Bound For Glory. Aan zijn vriend en ontdekker Alan Lomax schreef hij toen: „Ze geven me zoveel geld dat ik eronder kan slapen.”

Zijn persoonlijk leven verliep tragisch. Guthries jeugd was getekend door armoede en door de geestelijke aandoeningen van zijn moeder. Zijn oudere zus kwam om bij brand, en zijn dochter Cathy Ann zou op vierjarige leeftijd bij een brand overlijden. Zelf werd hij uiteindelijk getroffen door dezelfde ziekte als waaraan zijn moeder leed en waaraan later twee van zijn kinderen zouden overlijden: de ziekte van Huntington, die zowel de geestelijke als lichamelijke vermogens aantast.

De ziekte openbaarde zich rond zijn veertigste. Zijn gedrag werd grillig en hij kreeg spasmen en stuiptrekkingen.Guthrie overleed in 1967, op zijn 55ste. De laatste jaren woonde hij in een ziekenhuis in New Jersey waar allerlei muzikanten hem op zondag kwamen bezoeken. Een van de Guthrie-adepten was Robert Zimmerman, alias Bob Dylan. Dylan zat aan zijn voeten en speelde Guthries liedjes voor hem. Toen Dylan zijn eerste serieuze optreden in New York zou hebben, leendeGuthrie hem een pak.

Guthrie’s lp met Dust Bowl Ballads uit 1940 bleek de kiem te hebben gelegd voor de folkrevival die eind vijftig, begin zestig vorm kreeg. Muzikanten als Bob Dylan, Joan Baez, Peter, Paul & Mary namenGuthries sociaal bewogen stijl als voorbeeld. Zoals tot op de dag van vandaag muzikanten hem een voorbeeld noemen.

Toen de Britse Billy Bragg afgelopen mei optrad in Paradiso, Amsterdam, zong hij Guthries I Ain’t Got No Home In This World Anymore. Hij introduceerde het lied met de woorden: „Woody Guthrie schreef dit in 1935, maar zijn nummers hadden net zo makkelijk nu geschreven kunnen worden. Ook nu wonen mensen in tenten, worden gezinnen gebroken omdat de mannen elders werk moeten zoeken, en hebben we te lijden onder inhalige bankiers.”

Zanger/producer Joe Henry, bekend van zijn productie van de cd Don’t Give Up On Me van Solomon Burke, speelde onlangs op een herdenkingsoptreden voor Guthrie, met Kris Kristofferson en Jackson Browne. Vanuit zijn huis in Los Angeles vertelt Henry: „Ik luister naar Woody Guthrie sinds mijn vijftiende. In zijn liedjes kijk je dwars door zijn kleren en huid, tot in zijn ziel. En zijn nummers reiken verder dan hemzelf. Bij een tekst van Woody denk je niet ‘Wat interessant wat Woody Guthrie overkomt’ maar je denkt ‘Wat interessant wat óns overkomt’. Woody heeft het muzikale landschap voor altijd veranderd. Net als iemand als Bob Dylan. Je kunt zeggen ‘Ik hou niet van zijn stijl’ maar je moet toegeven dat hij de spelregels heeft omgegooid. Na Woody konden we niet terug naar de stijl van vóór Woody.”

In 1940 was Guthrie gefrustreerd over de populariteit van het suikerzoete God Bless America van Irving Berlin, dat non-stop op de radio werd gedraaid. Hij schreef een cynische variant met de titel God Blessed America For Me, dat hij later herdoopte tot ‘This Land Is Your Land. ‘This Land’ zou door ontelbaar veel anderen worden uitgevoerd. Neil Young nam het onlangs op voor zijn cd Americana (2012). Bruce Springsteen zong het in 2009 bij de viering van de inauguratie van president Obama, en zingt het regelmatig tijdens liveoptredens. Volgens velen is This Land een geschikter volkslied dan The Star-Spangled Banner’. En dan te bedenken hoe het ooit ontstond: als het persoonlijke protest van een arme Okie met marxistische ideeën.

Deze week presenteerde het Smithsonian Institute in Washington een speciale cd-box Woody at 100 in verband met de honderdste geboortedag van Woodie Guthrie. De box bevat naast drie cd’s ook enkele musicologische essays, en tekeningen en handgeschreven songs van Guthrie.