Weten is moeilijk meten

Zestien jaar geleden werd de (althans voor mij) legendarische boogschutter Loedmilla Arzjanikova geïnterviewd na een onfortuinlijk verlopen optreden op de Olympische Spelen. Gevraagd naar wat er door haar heen ging, sprak de van oorsprong Oekraïense drie Nederlandse zinnen uit, een onbedoeld gedicht:

Het is wennen.

Ik aan boog.

Boog aan mij.

Een nieuw wapen is altijd wennen, vandaar dat ik mijzelf deze week extra oefen in het werken met de recensieballen. Want zo eenvoudig als het lijkt (meten is weten, less is more) zijn de zaken vaak niet.

Als droogzwemproject neem ik het boek dat ik al een tijdje aan het lezen ben want, eh, ik kom er niet zo vlot doorheen. Eigenlijk ben ik al twee weken aan het worstelen () en al vier keer in slaap gevallen (), want slapeloosheid is ook niet alles. De dialogen zijn lastig te volgen. Zo vergeet ik in de openingsscène steeds wie zich aan het scheren is en wie toekijkt (). Aan de andere kant, ik heb wel een paar keer gegrinnikt (); een ervaren criticus () vertelde mij ooit dat hij nooit een boek negatief recenseerde als hij er hardop om had gelachen.

Bovendien: het boek dat ik aan het lezen ben is een klassieker, een werk van kolossale invloed (), veel groter dan ik zelf ben. Maar ik zou het de meeste mensen toch niet aanraden om deze schitterend uitgegeven turf () mee te nemen op reis (), laat staan op een fietsvakantie () of een wandelvakantie (). Of u moet een e- reader hebben, natuurlijk ().

Dan moet de vertaling nog beoordeeld worden. Die maakt stellig een briljante indruk (), maar af en toe gaan de vertalers erg losjes met het origineel om (). Kun je de ene briljante onbegrijpelijkheid zomaar inruilen voor de andere briljante onbegrijpelijkheid? Zo raakt een mens het overzicht kwijt. Het is wennen (ik aan bal, bal aan mij) en intussen hoor ik auteur en vertalers mij in gedachten toeschreeuwen als Louis van Gaal ( als clubtrainer, als bondscoach): ‘Zijn wij nou zo slim, of ben jij nou zo dom?’

Overigens: de leestip voor deze zomer is Ulixes van James Joyce, in de fabelachtige nieuwe vertaling van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes (●).