Vrije val Nederlandse wielrennen: al 151 etappes zonder dagsucces

Het Nederlandse wielrennen beleefde gisteren een dramatische dag. Op de flanken van de Madeleine stapten drie renners af – Rabo-kopman Robert Gesink gaf er na de finish de brui aan. Wat is de verklaring voor het echec in de Tour? De massale val in de zesde etappe is een belangrijke oorzaak voor het falen. Maar feit is ook dat Nederland al zeven jaar geen enkele etappe in de Ronde van Frankrijk heeft gewonnen.

Bauke Mollema van Rabobank staakt de strijd in de elfde etappe van de Tour de France, zes dagen nadat hij met veel andere Nederlanders zwaar was gevallen. De Friese wielrenner liep daarbij schaafwonden en kneuzingen op. Mollema had deze week het gevoel dat hij „met één been fietste op een fiets die niet van hem was”. Foto Cor Vos

Nog met volle inzet vertrok Robert Gesink gisteren in Albertville voor de elfde etappe van de Tour de France. In zijn kielzog ploeggenoot Steven Kruijswijk en een vroege kopgroep met ook de Nederlandse renner Johnny Hoogerland (Vacansoleil-DCM) en Koen de Kort (Argos-Shimano). Kilometers sleurde de Rabokopman op kop. Met 53 seconden voorsprong begon de groep aan de eerste van vier Alpencols, de Madeleine.

Van een dramatische dag voor het Nederlandse wielrennen leek geen sprake. Integendeel. De fan houdt altijd hoop. Was Gesink dan toch goed? Herinneringen aan Michael Boogerd, die in 2002 op dezelfde manier de basis legde voor de laatste Nederlandse zege bergop op La Plagne. De Tour kon nog helemaal goed komen voor Gesink, in goeden doen een van de beste klimmers van het peloton. Ritwinst, wie weet wel bolletjestrui? De Fransman Thomas Voeckler, gestart met een knieblessure, kon het in rit tien toch ook. Maar dan.

14.13 uur: Gesink lost als een van de eersten uit de kopgroep van meer dan twintig renners op de Madeleine. De Rabokopman draait een klein verzet, de koffiemolen. Kansloos. „Het lijkt wel of ik met een lekke band fiets”, had hij een dag eerder al verklaard.

14.33 uur: Opgave Lieuwe Westra, meldt de Tourradio. De Fries, bij zijn ploeg Vacansoleil bekend als Ut Beest, werd begin deze week nog wel zeventiende in de tijdrit maar kan niet meer. Schril contrast met de rittenkoers Parijs-Nice, waarin hij in maart met Bradley Wiggins duelleerde om de eindzege en bergop een rit won. Even later komt ook het bericht dat zijn ploeggenoot Rob Ruijgh, vorig jaar als debutant nog verrassend 21ste en beste Nederlander in de Tour, is afgestapt.

14.42 uur: De Nederlanders De Kort, Hoogerland, Pieter Weening en Kruijswijk zijn gelost uit de kopgroep op de Madeleine. Debutant Kruijswijk, vorig jaar achtste in de Giro, slaat in de afdaling tegen het asfalt. „Het is allemaal kut”, zegt hij later aan de finish, waar hij als beste Nederlander eindigt: 27ste.

15.17 uur: Sms’je van Richard Plugge, pr-man van de Raboploeg. „Bauke Mollema is halfweg Madeleine afgestapt.” Einde van een martelgang voor de renner die vorig jaar nog vierde werd in de Ronde van Spanje. Maar nu onder de schaafwonden en kneuzingen al dagenlang het gevoel had dat hij „met één been fietste op een fiets die niet van hem was.”

16.14 uur: Ploegleider Adri van Houwelingen is in het NOS-radioprogramma Sportzomer over de telefoon pessimistisch over Gesink, die op grote achterstand rijdt. Opgave? „Niet ondenkbaar.” Om 19.15 komt het officiële bericht: de nummer vijf uit de Tour van 2010 gaat naar huis. „Ik blijf te veel last houden van mijn blessures.”

Vanmorgen, bij de start van de twaalfde etappe in Saint-Jean-de Maurienne, stond Rabo met de kleinste ploeg ooit. Na het uitvallen van Maarten Tjallingii (val in rit 3), Gesink, Mollema en ook de Australiër Mark Renshaw hebben de drie ploegleiders nog vier renners over. Bij Vacansoleil – zonder de eerder zwaar gevallen Wout Poels, Westra, Ruijgh en de Zweed Gustav Larson – hebben ze er slechts eentje meer. De derde Nederlandse ploeg Argos-Shimano heeft nog wel zeven coureurs in koers, maar deze zullen vandaag ook niet voorin rijden. En dus rollen deskundigen, oud-renners en opiniemakers over elkaar heen om de oorzaak te zoeken voor het tweede echec van deze groots aangekondigde sportzomer, na het mislukte EK. De voornaamste oorzaak – de massale val in de zesde etappe vorige week vrijdag waarbij Poels, Gesink, Mollema én Kruijswijk een zware klap opliepen – is allang oud nieuws. Maar daarmee niet weg te wissen. Is dat de enige, botte pech?

Adri van Houwelingen, de meest ervaren Raboploegleider, toonde zich eerder deze week in deze krant realistisch. Liefst 151 Tourritten zonder Nederlandse zege, sinds Weening in Gérardmer 2005. Toeval is dat niet. Alleen Gesink heeft van deze jonge generatie al bewezen dat hij een koers kan afmaken. De rest moet zich volgens Van Houwelingen eerst bewijzen in kleinere wedstrijden voordat uitspraken over Toursucces mogen worden gedaan.

Als een van de weinigen durft Van Houwelingen binnen de Raboploeg kritisch te zijn op de jonge renners. Tandenknarsend ziet hij hoe de ploeg is gedecimeerd. Zoals ook Boogerd, zonder in te gaan op individuele gevallen, vindt dat je in de Tour niet te snel moet opgeven.

In 1999 viel hij vreselijk op de Passage du Gois. Dag na dag zwalkte hij door tot Parijs, net als de rest van een aangeslagen Raboploeg. Misschien ging dat te ver, tot psychische problemen na afloop van de Tour toe. Maar misschien werd toen indirect ook wel de basis gelegd voor het latere succes op La Plagne.