Van China naar Haarlem om orgelkunst af te kijken

Haarlem is al bijna drie eeuwen een internationaal vermaard pelgrimsoord voor orgelliefhebbers. Morgen gaat er het Internationaal Orgelfestival van start.

„Het was een exceptioneel omvangrijk orgel, toen het in 1738 door Christian Müller in deze eveneens enorme St.-Bavo werd gebouwd. Ik ben nog elke keer onder de indruk als ik hierboven bij de speeltafel kom, dat gaat nooit over. Alles is zo ruim bemeten, dat zie je nergens. Tijdens de Zomeracademie kunnen hier op de galerij 24 leerlingen zitten”, zegt Jos van der Kooy.

Sinds 1990 is Van der Kooy de stadsorganist van Haarlem. Zijn vingers beroeren dezelfde drie klavieren waarop ook G.F. Händel en de tienjarige Mozart speelden, gevolgd door Mendelssohn, Liszt en talloze beroemde organisten.

Van der Kooy (60) was voor het Müller-orgel voorbestemd. Toen hij negen was, fietste hij al vanuit Amsterdam naar Haarlem om te gaan luisteren. Later kreeg hij daar les van de legendarische Piet Kee.

Muziekhistorie straalt af van het orgel dat boven Van der Kooy torent. Het was in 1738 het grootste orgel ter wereld en dat is het nog lang gebleven”, vertelt Van der Kooy. „Dertig meter hoog, 5.068 pijpen, een majestueus en rijk versierd instrument, een prestigeobject in de concurrentie met Amsterdam. Het was meteen een toeristische attractie en het is nog steeds wereldberoemd.”

Haarlem is bijna 275 jaar een pelgrimsoord voor orgelliefhebbers en het Müller-orgel is al meer dan zestig jaar het hart van het Internationaal Orgelfestival Haarlem. Daarnaast heeft Haarlem nog tal van andere orgels, waaronder het fameuze Cavaillé-Coll-orgel in de Philharmonie, vlakbij de Bavo.

Bestuursvoorzitter Hans Koenders benadrukt de unieke positie die het Haarlemse festival met die orgelrijkdom heeft in de internationale orgelwereld. „Overal ter wereld willen organisten naar Haarlem, dankzij dat Müller-orgel, eigendom van de gemeente. We hebben nu voor onze Zomeracademie tachtig aanmeldingen, dat doet niemand ons na. Ook Japanners, Koreanen, Russen. En dit jaar zelfs Chinezen. Nu er in China nieuwe concertzalen worden gebouwd met orgels, willen ze ook daar beter leren spelen.”

Zaterdag begint de nieuwe aflevering van het tweejaarlijkse festival met gratis concerten in vijf kerken en het improvisatieconcert Vox Humana van componist/dirigent Merlijn Twaalfhoven. Het is een wandeling van 250 zangers, een organist en een rietblazer langs vier Haarlemse orgels. ’s Avonds is in de Bavo het openingsconcert met de wereldpremière van het Fukushima Requiem van de Hongaars-Duitse organist Zsigmond Szathmáry, al jaren te gast op het festival. De Japanse ambassadeur komt luisteren. Koenders: „Voor de Japanse opdrachtgevers was het een eis dat de eerste uitvoering in Haarlem zou zijn.”

Het festival biedt openbare concerten van docenten en juryleden, lezingen, discussies en een symposium over Sweelinck en Bach. Maar de kerntaak van het festival zijn de twee eveneens publiek toegankelijke evenementen: het improvisatieconcours en de internationale Zomeracademie, zegt Stephen Taylor, voorzitter van de artistieke raad. „Bij het concours krijgen de deelnemers kort tevoren een thema waarop ze moeten improviseren. De moderne thema’s zijn grensverleggend. Klaas de Vries kwam vier jaar geleden met iets heel moeilijks, het thema van jazzvioliste Ig Henneman in 2010 was bijna onspeelbaar, vond de jury.”

Het Haarlemse Orgelfestival is niet religieus georiënteerd. Er is ruimte voor jong talent van 13 tot 18 jaar en er klinkt ook veel eigentijdse muziek. Taylor wil meer nieuwe orgelmuziek laten componeren, die dan ook op andere orgelfestivals moet klinken. Een bijzonder evenement op de slotdag is de uitvoering van de bijna 100-jarige Le sacre du printemps van Stravinsky. Olivier Latry, een van de docenten en wereldvermaard als organist van de Notre Dame in Parijs, speelt het vierhandig op het Willebrordusorgel van de katholieke kathedrale basiliek St.-Bavo, samen met Kim-Young Lee.

Ook voor Jos van der Kooy, twee keer winnaar van het Improvisatieconcours, is nieuwe muziek een noodzaak. „Er is veel voor mij gecomponeerd. Ik houd van Bach en Buxtehude en Reger, maar zonder moderne muziek gaat het niet, dat is de lucht die we inademen. Ik speel niets omdat het oud is, ik wil alleen maar stukken spelen omdat ze nog steeds actueel zijn.

Ter illustratie speelt Van der Kooy de Toccata en fuga in d (BWV 565), de meest archetypische orgelmuziek. De eerste noten schieten slank uit de pijpen en klimmen naar het houten dak van de kerk – tot heel de Bavo is gevuld met de overweldigende orgelklanken van Bach. Al twijfelen sommigen of hij wel de componist was.

Int. Orgelfestival Haarlem: 14 t/m 28/7. Inl: orgelfestivalhaarlem.nl