Stikjaloers op kinderen die schitterende games maken

Het introscherm is al fraai: een stemmige sterrenhemel met de naam van het spel in strakke letters. Ook daarna kloppen alle details: de grappige tovenaar die zijn kasteel verdedigt. De manschappen en kanonnen die komen aanhobbelen. De trampolines die je met de muis tekent om vijandige projectielen terug te kaatsen. Prachtig.

En dan te bedenken dat Fortissimo een inzending is voor een scholierenwedstrijd. Dit schitterende spel is gemaakt door een kind! Ik zit mezelf op te vreten achter de testcomputer, een stikjaloers jurylid.

Zelf heb ik ook weleens geprobeerd een game te maken. Een idee verzinnen, dat lukt. Poppetjes tekenen ook. Achtergronden tekenen nog net. Maar het programmeren? Met veel moeite heb ik eens een bewegend ruimteschip op mijn scherm weten te krijgen. Toen ik vervolgens ging uitzoeken wat ik verder nog moest doen, was het alsof ik een diep ravijn in keek. Mijn hoofd tolde.

Daarom was ik ietwat sceptisch toen ik werd gevraagd voor de jury van de Creative Game Challenge, een initiatief van de Universiteit Utrecht. Was games maken niet veel te moeilijk voor wie nog op de middelbare school zat? Wat kon zo’n kindergame nou helemaal voorstellen?

Maar de bijna twintig creaties die ik bekeek, waren zonder uitzondering knap gemaakt en fijn om te spelen. Was het allemaal niet zo geweldig leuk, dan zou ik er bijna chagrijnig van worden. Rotkinderen, beter en slimmer dan ik.

Bij het overleg blijkt de rest van de jury er precies zo over te denken. Iedereen is onder de indruk van het niveau, met Fortissimo fier bovenaan, een unanieme winnaar. Het spel is gemaakt door Maartje Bakermans, een 6 vwo-leerling uit Oegstgeest, die er 1.500 euro mee wint.

Dat is bijzonder, omdat games altijd door jongens werden gemaakt. De modeltreinclub waaruit de hobbycomputerclub voortkwam bestond uit jongens. De eerste gameprogrammeurs, jongens, maakten games die jongens aanspraken. Dus wie waren er vervolgens als eerste geneigd om ook games te gaan maken? Jongens.

Hier komt verandering in: de diversiteit van gamemakers groeit, wat de diversiteit van games ten goede komt. Dat is geweldig, maar het betekent ook dat er niet meer alleen jongens beter zijn in games maken dan ik. Ja, de toekomst wordt eerlijker verdeeld, maar niet voor mij.

In deze rubriek schrijven gamewetenschapper David Nieborg en gamejournalist Niels ’t Hooft over games