Stem Lemm, want mijn broertje moet in de Kamer

Als ik naar mijn broertje kijk, dan leer ik dat politiek cynisme een laffe keuze is, aldus Rutger Lemm

Mijn broertje heeft zijn profielfoto op Facebook veranderd. Op de nieuwe foto staat hij achter het spreekgestoelte van de Tweede Kamer, zogenaamd bezig aan een betoog. In de commentaren onder de foto neemt hij trots de complimenten en de likes in ontvangst. Mijn broertje wil politicus worden. Hij draagt elke dag een groot notitieboek bij zich, waarin hij onder verschillende thema’s (Onderwijs, Economie) ideeën en inspiratiebronnen opschrijft. Zijn toekomstige campagneslogan ligt voor de hand, gezien onze achternaam.

Ik lees ondertussen de brieven van Flaubert: ‘(…) volksvertegenwoordigers zijn niet meer dan een weerzinwekkend stel verraders, hun filosofie heet eigenbelang, hun voorkeur laaghartigheid, hun eergevoel is niets meer dan stompzinnige trots, hun ziel slechts een hoop modder’. En ik moet ook denken aan wat Komrij een jaar geleden schreef over onze politici: „U mag uw rotcenten houden, heren, graag zelfs, die centen zijn ons probleem niet, uw half-apendom is het probleem.” Ik moet me inhouden om niet een of andere flauwe grap onder de foto te zetten.

Misschien komt het doordat ik de oudste ben, maar ik ben altijd de cynische van ons tweeën geweest, terwijl mijn broertje juist blijk gaf van een ontroerend soort oprechtheid. Ik voerde het hoogste woord aan de keukentafel terwijl ik mezelf in de grote spiegel schalkse blikken toewierp. Ik kocht de nieuwste computerspelletjes om vriendjes naar mijn huis te lokken. Mijn broertje vertelde zelfverzonnen moppen en gaf al zijn speelgoed weg.

In een videofragment zie je mij met een vriendje aan tafel zitten terwijl we een boterham eten. Mijn broertje zit aan het hoofd van de tafel met zijn vingers in zijn mond. Ik wil indruk op de jongen maken en ben druk bezig met een stoer verhaal. Ondertussen vraag ik: „Mama, wanneer gaan we dit kijken?” Plotseling heeft mijn broertje een ingeving en probeert enthousiast onze aandacht te trekken: „Hé, jongens, hé! Ik weet idee! Ik… weet… idee!” Blijkbaar heeft iets leuks bedacht wat we met z’n allen kunnen doen. „Ik weet idee! Hé, jongens!” Maar ik negeer hem volledig. Mijn hart breekt elke keer als ik dit terugzie.

Je zou denken dat mijn geslepen levenshouding me beter wapende tegen de harde buitenwereld, en lange tijd klopte dat ook. Op school was ik me altijd bewust van mijn status en raakte bedreven in het ellebogenwerk dat nodig is voor populariteit. De vriendjes van mijn broertje maakten zo nu en dan misbruik van zijn zachte persoonlijkheid en lieten hem keihard vallen. Ik snapte al vroeg alle sociale spelletjes en speelde ze zorgvuldig mee, terwijl mijn broertje tot het einde van de middelbare school op zoek bleef naar zijn rol.

Maar nu we allebei volwassen zijn, werkt het anders. Nadat mijn broertje voor het bestuur van zijn studievereniging had gesolliciteerd, kwam de toelatingscommissie totaal verward het kantoortje uit, omdat ze nog nooit zo’n kalme en open kandidaat hadden gehad. Mensen worden rustig en optimistisch van zijn verschijning. Waar ik word geteisterd door zorgen en soms wekenlang met een vuistdikke baard vol ansjovis in bed blijf liggen, haalt mijn broertje zijn schouders op en huppelt door de tram terwijl hij naar bejaarden glimlacht. Vrouwen vallen in katzwijm bij het horen van zijn dromerige betogen, terwijl ze verveeld in hun cocktail beginnen te roeren als ik me weer eens kwaad maak over alle lelijkheid in de wereld.

Cynisme is een laffe en luie keuze. Mijn broertje weet idee.

En ik geloof in hem.

Rutger Lemm (26) is publicist en scheidend hoofdredacteur van online tijdschrift hardhoofd.com.