Stalorder Sky: meesterknecht houdt in voor kopman

Chris Froome mocht gisteren niet winnen, ook al was hij bergop de sterkste renner. De ploegleiding van Sky wil per se dat geletruidrager Bradley Wiggins de Tour wint.

Christopher Froome moet in de tweede Alpenrit inhouden voor Bradley Wiggins. Op de slotklim reed de knecht de kopman ‘per ongeluk’ uit het wiel, waarna hij opzichtig in de remmen kneep. Foto Reuters

Wie was in 1996 beter, Tourwinnaar Bjarne Riis of zijn jonge ploeggenoot Jan Ullrich, die tweede werd? Was Bernard Hinault in 1985 echt de sterkste toen hij ploeggenoot Greg LeMond voorbleef? De uitslag liegt niet, luidt het cliché. Maar soms lijkt het er verdacht veel op. Want wie was gisteren bergop de sterkste renner van de superieure Sky-ploeg? Na afloop van de door de Fransman Pierre Rolland gewonnen etappe lachte kopman Bradley Wiggins op het oog ontspannen. Geel behouden, winst op zijn concurrenten. Maar toen zijn ploeggenoot Chris Froome in de slotfase versnelde, kraakte de leider. Is hij toch niet de sterkste renner van de Tour?

Hoe makkelijk nam Wiggins zes kilometer voor het einde van de slotklim naar La Toussuire het commando van Froome over, in de jacht op de ontsnapte Vincenzo Nibali. De Britse kopman leek nauwelijks te ademen, sprak rustig in zijn microfoontje. „Go! Go!” De geloste Cadel Evans op achterstand rijden en Nibali pakken. Op dat moment, minder dan vier kilometer onder de top, won bij Froome het instinct even van het verstand. Een krachtige demarrage, weg was hij. Zijn kopman loste. Vol adrenaline op jacht naar geel? Nee, Froome hield in. „Ik keek om me heen en zag dat ik zonder Bradley was”, zei hij honderd meter na de finish. „Ik houd me aan de opdracht. Wij rijden hier in dienst van Bradley. Dat is de keuze van Sky. We moeten vasthouden aan het plan.”

Het plan is heilig bij Sky, elk detail is berekend en ligt vast. Volgens Wiggins was zelfs een versnelling van Froome in de slotfase gepland, in de strijd met Evans om de tweede plaats. „Voor de start hadden we gesproken over een aanval op Cadel, als die nog in ons groepje zou zitten. Dan kon Chris misschien 20 seconden pakken. Dat was het plan.”

Tot hij zelf bij de versnelling van zijn ploeggenoot loste bij concurrent Nibali. Hoe dat kon? „Ik concentreerde me op dat moment op mijn eigen inspanning”, vertelde Wiggins na afloop. „Met zoveel lactaat in mijn benen wilde ik niet versnellen. Er was veel geluid en rumoer over de radio.” Niets aan de hand eigenlijk, vooral geen indruk wekken van enige kwetsbaarheid. Maar op een latere vraag of hij Froome zelf had terug geroepen, gaf Wiggo wel een tegenstrijdig antwoord. „Ik weet niet wie hem terug riep, mijn communicatie was uitgevallen.” En dat rumoer dan waar hij eerder over sprak?

Froome, pas sinds zijn tweede plaats in de Vuelta van vorig jaar gezien als toprenner, bleef keurig in zijn rol van tweede man en luxe knecht. Fris alsof hij een rondje om de kerk had gereden beantwoordde de in Kenia geboren Brit de vragen van de kluwen verslaggevers om hem heen.

Christopher, realiseer je dat je de Tour kunt winnen?

„Misschien op een dag.”

Waarom niet dit jaar?

„We zullen het zien.”

Is het niet moeilijk voor Bradley te werken, terwijl je zelf de Tour kunt winnen?

„Dank u voor het compliment. Om eerlijk te zijn denk ik dat Bradley de betere papieren heeft dit jaar de Tour te winnen.”

Waarom is de positie van Bradley beter?

„Hij is sterker, zeker beter in de tijdrit. En we hebben nog vijftig kilometer tegen de klok.”

Ben je niet bang dat je je over vijf jaar realiseert dat je de Vuelta 2011 en Tour 2012 had kunnen winnen?

„Eerlijk gezegd dat moet ik over vijf jaar zien. Ik ben blij met mijn werk hier. Ik denk dat ik het goed. Doe. Wat kan ik meer zeggen?”

In Spanje bleek Froome (tweede) vorig jaar na drie weken beter dan Wiggins (derde). Als hij zich toen de eerste twee weken niet had weggecijferd voor de drievoudig olympisch en vijfvoudig wereldkampioen op de baan, had hij mogelijk José Cobo van de eindzege kunnen houden. Zoals Ullrich in de slottijdrit van de Tour in 1996 liet zien dat hij misschien van zijn kopman Riis had kunnen winnen. En zoals LeMond in 1985 kopman Hinault alleen liet voorgaan omdat het jaar erop de rollen zouden worden omgedraaid. Al had de ervaren Hinault zoveel overwicht op de jonge Amerikaan, dat hij het jaar erop bijna weer won.

Ook de 32-jarige Wiggins, door alle wateren van topsport gewassen, probeerde eerder deze Tour overwicht uit te stralen op zijn vijf jaar jongere ploeggenoot. Had Froome makkelijk in de sprint gewonnen op La Planche des belles Filles? „Ik zie nog drie kanshebbers op de eindzege”, zei Wiggins na afloop. „Ikzelf, Evans en Nibali.” Geen Froome, nu al tot twee keer toe de betere klimmer. Ook gisteren geen vrees voor volgende bergritten. „Ik ben blij dat het erop zit, dit was de zwaarste rit.” Geen twijfel.

Ook niet bij Team Sky. „Rechtdoor, zoals de strepen van de [Adidas-]sponsor op de auto en de shirts”, typeerde de Nederlandse ploegleider Servais Knaven de manier van denken bij de Britse miljoenenformatie, die gisteren ook Michael Rogers en Richie Porte zag uitblinken in de zware bergrit. Wiggins hoeft zich nog geen zorgen te maken. Ook als hij de op één na beste is, kan hij deze Tour winnen. En Froome? Ullrich en LeMond wonnen de Tour alsnog, een jaar na hun tweede plaats.