'Paultje werkt als een architect'

In de reeks literaire liefdesverklaringen architect Herman Hertzberger over Paultje en het paarse krijtje. ‘Zijn wereld is een spiegeling van de hem bekende wereld.’

‘Het Amerikaanse prentenboek Paultje en het paarse krijtje, in 1958 in het Nederlands vertaald door Annie M.G. Schmidt, behoort een kinderboek te zijn. Net als de schilderijen van Vincent van Gogh brengt dit prentenboek ontroering teweeg bij zowel mensen die aan het eind van het leven staan als hen die aan het begin daarvan staan.

„In Paultje en het paarse krijtje wil de mollige dreumes Paultje op avontuur. Hij begint te wandelen. Met een paars krijtje tekent hij, op een witte achtergrond, een lange rechte weg. Zodat hij niet kan verdwalen. Hij tekent een bootje als hij per ongeluk in zelfgetekend water valt, een luchtballon als hij van een berg af klettert. De eigen wereld van Paultje is een spiegeling van een voor hem bekende omgeving. Op zoek naar het raam van zijn slaapkamer, tekent hij aan het eind van het boekje eindeloos veel betonnen flatgebouwen. Dat is zijn wereld.

„Ik vind dat geruststellend. Illustrator Saul Steinberg tekende eens een leraar en leerling waarbij er uit de mond van de leraar scherpe lijnen ontsnappen, terwijl er uit de mond van de leerling juist hele genuanceerde lijnen komen. Ik vraag me af of dit echt waar is, of de verbeelding van kinderen altijd mooier is dan die van volwassenen. In ieder geval zijn pedagogen vandaag de dag van mening dat je kinderen moet opvoeden zonder beton. Dat is te hard. Als je het mij vraagt kunnen kinderen prima in een betonnen wereld leven. Je gaat een trap toch ook niet op een kind aanpassen, de hoogte tussen traptreden op de beenlengte van een kind afstellen? Een kind gebruikt onze trappen gewoon, vaak behendiger dan wij. Kinderen worden geboren in deze wereld en ze passen zich daaraan aan.

„Paultje en het paarse krijtje is een mooi voorbeeld van less is more. Johnson heeft niet veel nodig om zijn idee uiteen te zetten. Maar mijn favoriet? Ik ben niet echt iemand die een favoriet boek heeft. De boeken van de Duitse schrijver W.G. Sebald spreken me heel erg aan, de manier waarop hij beschrijft hoe mensen een ruimte binnenkomen, hoe ze zich daarin bewegen. Wat dat betreft zouden architecten meer klassiekers moeten lezen. Flaubert en Tolstoj doen het namelijk ook. Zij schilderen en bouwen als schrijver. Je voelt de ruimte waar een persoon zich doorheen beweegt. Sebald, Flaubert, Tolstoj: zij laten constant zien wat de relatie is tussen ruimte en persoon.

„In de architectuur staat dat centraal: sociale beweging van mensen in een ruimte. Bij een stationswachtkamer moet je als architect niet denken: het dient naast het spoor te liggen, met de deur naar het spoor toe. Leef je in. Een wachtkamer is een plek waar mensen afscheid nemen, ontroerd zijn, waar mensen blij zijn, ronddolen en wat hannesen met hun koffer. Die ruimte moet op al deze facetten inspelen. Daarin moet je je als architect kunnen inleven. Architectuur, het maken van ruimte, is gebaseerd op empathie. Alleen grote architecten hebben dat.

„Paultje creëert zijn eigen werkelijkheid. Ik vind dat interessant. Het kan namelijk betekenen dat de buitenwereld niet bestaat, dat wat Paultje creëert niet meer is dan een projectie van zijn binnenwereld. In die zin gaat Paultje als een architect te werk. Architecten tekenen niet de wereld waarin mensen zich lekker voelen. Ze schetsen een wereld waarin ze zichzelf lekker voelen. Dat die wereld vaak niet heel mooi is? Ik vrees dat daar een mate van incompetentie een rol speelt.”

Crockett Johnson: Paultje en het paarse krijtje. Vertaald door Annie M.G. Schmidt. Lemniscaat, 32 blz. € 12,95