Opnieuw bloedbad gemeld in Syrië

Syrische mensenrechtengroepen en rebellen hebben gisteren een nieuw bloedbad door het regime gemeld in het opstandige gebied van Hama. Er worden 100 tot 220 doden gemeld, maar er is geen onafhankelijke bevestiging. Eind mei werden 108 mensen gedood in de stad Houla. De opstand in Syrië heeft de afgelopen 16 maanden volgens schattingen ruim 15.000 mensen het leven gekost.

Activisten hebben video’s op internet geplaatst die volgens hen zeker 17 van de mensen tonen die zouden zijn gedood bij zware beschietingen van het boerendorp Taramseh en een daaropvolgende moordpartij door alawitische militieleden uit de omgeving. Het in Groot-Brittannië gevestigde Syrische Observatorium van de Mensenrechten meldde de namen van 30 doden te hebben verzameld.

Een oppositie-activist uit het dorp zei te zijn weggegaan voor het bloedbad maar te hebben gehoord dat alawitische strijders er waren binnengetrokken nadat rebellen zich hadden teruggetrokken. Het regime van president Assad komt voort uit de alawitische minderheid in het overwegend sunnitische land.

De Syrische staatstelevisie meldde dat drie militairen waren gedood in gevechten bij Taramseh en dat „gewapende terroristische groepen” er een bloedbad hadden aangericht.

De berichten over het bloedbad volgden op de aankondiging van Rusland een nieuwe resolutie in de Veiligheidsraad van de VN te zullen blokkeren als die met sancties dreigt tegen Assads regime. Het Britse voorstel voorziet in sancties onder Hoofdstuk 7 van het VN-Handvest als het Syrische regime niet binnen tien dagen zijn zware wapens terugtrekt uit woongebieden, in overeenstemming met het vredesplan van internationaal bemiddelaar Kofi Annan. Besluiten onder Hoofdstuk 7 kunnen in principe met militaire middelen worden afgedwongen.

De Russische plaatsvervangend ambassadeur bij de VN, Aleksander Pankin, zei dat over alles kan worden onderhandeld, maar niet over Hoofdstuk 7. „Dit is een rode lijn.” Rusland heeft al tweemaal een resolutie over Syrië met een veto geblokkeerd. (Reuters, AP, AFP)