Op naar de overkant

Noorwegen Foto Credit Richard Semik/ANP

Meteen na verschijnen in Zweden bereikte de roman Brobyggarna (Bruggenbouwers) de eerste plaats in de lijst van best verkochte boeken. De auteur, Jan Guillou (1944), is in Nederland betrekkelijk onbekend. Zijn elfdelige spionagereeks Coq Rouge, met in de hoofdrol spion Carl Hamilton, werd slechts mondjesmaat vertaald. Guillou toont verwantschap met zijn landgenoot Henning Mankell, een auteur die zowel het genre van de thriller beoefent als zich met succes op het literaire pad begeeft.

Bruggenbouwers is het eerste deel van een ambitieuze trilogie, getiteld De grote eeuw. In deze epische, breed uitwaaierende roman bespeelt Guillou talloze registers. Hij ontpopt zich als historicus én romancier, als psycholoog én als kenner van de Europese geschiedenis. In de overkoepelende titel De grote eeuw resoneert een andere grote gebeurtenis: La Grande Guerre ofwel de Eerste Wereldoorlog, de Grote Oorlog.

De roman begint met de noodlottige verdrinkingsdood van de beide broers Eriksen op de ruwe zee voor de kust van West-Noorwegen. De openingszin van Bruggenbouwers is koel en feitelijk: ‘De mannen keerden niet terug van zee. Dat was alles. Het was eerder gebeurd en zou opnieuw gebeuren, want dat was het lot van de mensen aan de kust, zowel op Osterøya als op de andere eilanden en aan de andere fjorden.’ Een van de mannen is vader; hij laat drie jongens na en drie meisjes. De jongens heten Lauritz, Oscar en Sverre. De roman volgt hun verdere leven.

Jan Guillou plaatst Bruggenbouwers nadrukkelijk in het eerste deel van de twintigste eeuw. De hoofdstad Oslo heet nog Kristiana. Hoe symbolisch ‘bruggenbouwers’ ook klinkt, we moeten de titel letterlijk nemen. Na de dood van hun vader zoeken de jongens hun toevlucht in de stad en volgen er een technische opleiding. Lauritz en Oscar vallen op door hun briljante resultaten. Ze trekken de aandacht van een Duitse weldoener die hen de opdracht geeft bruggen te bouwen. Oscar krijgt het verzoek in Duits Oost-Afrika overspanningen te maken en Lauritz blijft in Noorwegen. Hij is verantwoordelijk voor een spoorlijn die gepland is van Oslo naar Bergen, dwars door de ruige, lege hoogvlakte die de Hardangervidda heet.

Voor het zover is, krijgen de jongens hun inwijding in het leven in Duitse aristocratische salons. Prachtig is het verhaal van Lauritz die zo verliefd raakt op een welgestelde dame, dat hij haar de duizend mark schenkt die hij heeft verworven met een prijsvraag van zijn school. Hij spreekt af met haar op het station om samen de wereld in te trekken. Maar ze komt niet opdagen. Hij doet aangifte bij de politie wegens vermissing. Daar geeft een agent opheldering: hij heeft zijn geld vergeven aan een dame van lichte zeden. Vanaf dit moment staat Lauritz als een volwassen man in het leven.

Beide broers strijden tegen de natuur; die in Noorwegen heeft te maken met bergen, de ander strijdt tegen leeuwen, hitte en woestijnzand. Guillou maakt de lezer deelgenoot van intrigerende details over insnijding in bergflanken, overspanning over waterwegen en ravijnen, berekeningen van begin en einde van een brug.

Het Oost-Afrika waar Oscar werkt is in die tijd Duits grondgebied, het huidige Burundi en Rwanda. Zo’n drieduizend Duitsers leverden er strijd met Britse troepen. Oscar staat tussen beide partijen in. Als genieofficier moet hij zelfs massagraven delven. Geleidelijk raakt hij betrokken bij de oorlog aan Duitse zijde, als lid van een sabotagegroep. De bruggenbouwer ontpopt zich als dynamietexpert.

De beide broers leken voorbestemd een anoniem bestaan te leiden aan de Noorse kust. Van daaruit beginnen hun omzwervingen door de wereld. Twee nietige mensen tegen het decor van de grote wereldgeschiedenis. Dat gegeven vormt de epische reikwijdte van dit majestueuze boek. In deze literaire opzet staat Jan Guillou niet alleen. Het lijkt een trend in hedendaagse Scandinavische romans om persoonlijke levensverhalen te verbinden met de ‘grote geschiedenis’. Het debuut van Chris Tvedt, De verleiding van het kwaad is daarvan een mooi voorbeeld. Ook Voorstelling van de twintigste eeuw van Peter Høeg valt onder dit genre, net als Kamer 516 door Kirsten Hamman. Het lot van de mens is niet zijn innerlijke ontwikkeling, maar zijn verbondenheid met de buitenwereld. Neem Oscar: begonnen als idealistische bruggenbouwer om mensen met elkaar te verbinden vindt hij als sabotagespion en dynamietdeskundige zijn tweede roeping. De geschiedenis sleurt hem mee. Ongewild. Een woord dat we vaak in Guillou’s roman tegenkomen.