Negen gevaarlijke leestips voor Marcel Möring

Marcel Möring beklaagde zich (Boeken, 06.07.12) over de lafheid van de hedendaagse roman. Toch verschijnen er wel degelijk ‘gevaarlijke romans’. Leestips aan de grenzen van het genre, van 2012 tot 2004.

• Peter Terrin: Post Mortem (2012). Een roman in drie delen, én autobiografisch? Terrins nieuwste lijkt braaf in Mörings mal van de doorsneeroman te passen. Maar de lichte ironische toon van het eerste, de schokkend emotionele van het tweede, en de metaliteraire insteek van het derde zetten je aan het denken.

• Teju Cole: Open City (2011, vertaald als Open stad). Een hoofdpersoon en verteller, maar amper plot: dat is het veelgeprezen romandebuut van een Nigeriaans-Amerikaanse auteur. Wandelend door New York stuit een jonge intellectueel op verhalen van immigranten, van slachtoffers en binnendringers, kolonisten en verdrevenen - en roept vragen op over hemzelf.

• Bart Koubaa: Maria van Barcelona (2010). Een virus in België, iemand is verdwenen, en een vrouw uit Barcelona is verdacht – het uitgangspunt is conventioneel. Maar het verhaal, met de structuur van een verhoor, drijft met elke volgende Westmalle Triple die gedronken wordt af, tot niets meer conventioneel is.

• Lydia Davis: The Collected Stories (2009). Strakke zinnen, naamloze personages, amper dialoog of plotontwikkeling, onthechte toon: verhalen waar experiment in wortelt dat de beste romans waardig is.

• Herman Franke: Zoek op liefde (2008). Deel twee uit de cyclus Voorbij ik en waargebeurd is een losse, associatieve opeenvolging van anekdote, autobiografie, poëzie, met plotselinge wisselingen van perspectief, die toch over hetzelfde blijft gaan: de werkelijkheid, de liefde, en verder.

• Rosalind Belben: Our Horses in Egypt (2007). Hoe beleeft een paard het slagveld? En hoe vindt zijn eigenares haar paard terug? Personages praten zonder enige volzin langs elkaar heen, het paard ondergaat de vuurlinie in onaffe indrukken als mokerslagen - een chaotisch beeld van een chaotische werkelijkheid.

• Ilja Leonard Pfeijffer: Het ware leven, een roman (2006 – het jaar van Marcel Mörings vorige roman Dis). Doldwaze opeenstapeling van parodieën, met een zwalkende verhaallijn, een auteur die zelf als personage optreedt, en een enorme hoeveelheid beletseltekens.

• Claudio Magris, Blindelings (2005). De totaalroman van de romancier, denker en columnist uit Triëst, die de gehele duistere twintigste eeuw wereldwijd vat in een waanzinnig tweetal monologen van een Italiaanse antifascist en een Deense avonturier, doorspekt met feiten, mythologie en fictie.

• Roberto Bolaño, 2666 (2004). Postuum gepubliceerd, in vijf delen en duizend pagina’s, met verhaallijnen rond een mysterieuze Duitse schrijver en de vrouwenmoorden in Noord-Mexico. Begint ironisch, wordt onheilspellend, blijft honderden pagina’s lang gruwelijk.