Nationale titels tellen pas echt

Tijdens de Olympische Spelen in Peking logeerde de Indonesische delegatie naast die van Nigeria. Een schokkende ervaring, vond oud-olympisch zwemmer Lukman Niode, die het team vergezelde. „Nigeria had 102 atleten! En wij 24!” Voorbijgestreefd door een land uit Afrika; veel gekker moet het niet worden.

Indonesië is het vierde land ter wereld qua inwoners, maar een dwerg op de Olympische Spelen. Badminton is de enige sport waarmee het ooit goud won. Elke vier jaar fantaseren sportbobo’s weer hoe het beter kan. Vijftig atleten naar Londen, was het doel. Het worden er 21.

Op de persconferentie waar Lukman spreekt, klagen oud-olympiërs over het gebrek aan ambitie van hun sportende landgenoten. De voormalige zwemmer zegt dat atleten liever hun best doen voor de nationale kampioenschappen dan voor een olympische kwalificatie. Want sommige regenten delen bonussen van ruim 10.000 euro uit als ‘hun’ sporters nationaal goud winnen. Waarom zou je dan keihard gaan trainen voor de Spelen?

En dan alle energie die sporters steken in de Zuidoost-Aziatische Spelen (Sea Games), het regionale sporttoernooi waarin Indonesië het opneemt tegen tien buurlanden als Birma en de Filippijnen. „Dat is eigenlijk net een nationaal evenement”, zegt olympisch kampioen Alan Budi Kusuma neerbuigend. „Alleen voor de leuk, lah.” Bijkomend probleem is dat veel disciplines op de SEA Games niet olympisch zijn. Deelnemers bestrijden elkaar in exotische lokale krijgskunsten als wushu, vovinam of pencak silat. Zo won Indonesië in 2011 ook goud bij rolschaatsen en slalom waterskiën.

Het is het verhaal van Indonesië, en niet alleen op het sportveld. Hier geen families die ’s nachts doorwerken om te sparen voor het schoolgeld van de kinderen. Geen bijlessen tot diep in de nacht, zoals in Singapore of Zuid-Korea. Genoeg is al snel genoeg. Niet voor niets zijn onder de sporters die wel succes hebben opvallend veel Chinese Indonesiërs en kinderen van militairen. Andere ouders zullen hun kinderen niet snel dwingen hun jeugd op te offeren voor olympisch goud.

Dat Indonesië dan ook niets presteert, neemt men voor lief. Want eigenlijk zijn de oud-olympiërs de enigen die zich daar druk over maken. Een uitzondering is voetbal. Indonesiërs blijven massaal tot 4 uur ’s nachts op voor wedstrijden in de Champions League of het WK en vinden het hartverscheurend dat hun nationale ploeg – nummer 153 op de FIFA-ranglijst – daar nooit aan mee zal doen.

Maar de Olympische Spelen? Dat leeft niet. Dan kijken mensen liever naar de SEA Games. Daar wint Indonesië tenminste.

Correspondenten kijken elke dag vanuit de hele wereld naar de Olympische Spelen, van 27 juli tot en met 12 augustus in Londen. Daarna hervat de rubriek In Nederland.