Laat het sneeuwen tegen die pestjongens

Grace McCleen: Het land van Melk en Honing. Vertaald door Theo Scholten. Contact, 304 blz. € 19,95

Praten met God heeft nadelen. Dat ondervindt de tienjarige Judith wanneer ze van God een keuze krijgt voorgelegd. Wat moet ze kiezen? Een steen ‘die meer macht bevat dan ooit iemand heeft bezeten en de vruchten ervan zijn zoet maar de nasmaak bitter’? Of toch ‘een boek dat de wijsten willen lezen en de vruchten ervan zijn walgelijk maar het geeft de lezer vleugels’?

Je kan er donder op zeggen dat je voor die laatste moet kiezen, maar de christelijk-fundamentalistisch opgevoede Judith kiest toch voor de steen. Daarmee begint voor haar de ellende pas echt in Het land van Melk en Honing, het debuut van de Engelse Grace McCleen.

Grace McCleen groeide zelf op in een gezin dat heilig geloofde in Armageddon, de dag waarop de wereld vergaat en alleen de ware gelovigen gered zullen worden. Ook haar Judith leeft in een wereld van Broeders en Zusters die de waarheid in pacht hebben, retorische vragen stellen en haar bij wijze van menslievendheid in een zelfgemaakte oranje poncho met schelpjes hijsen.

Enigszins sceptisch begin je aan Het land van Melk en Honing. Zit iemand nog wel te wachten op zo’n christelijke coming-of-age-roman?

Judith heeft in haar slaapkamer een land van ‘melk en honing’ gemaakt van afval dat ze op straat vindt: de zee is een spiegel, rivieren van aluminiumfolie, eierdozen vormen de bergen, mensen en dieren zijn van ijzerdraad en wol.

Op een dag wil ze het in haar modelwereld laten sneeuwen (met behulp van poedersuiker en watten) om zo te ontkomen aan een pestkop op school. Wanneer het dan de volgende dag écht sneeuwt, weet ze zeker dat ze in staat is tot wonderen. Vanaf dat moment zal alles wat ze in haar eigen land laat gebeuren ook in de echte wereld plaatshebben. In haar gesprekken met God belooft ze onvoorwaardelijke gehoorzaamheid; ze zal zijn ‘Instrument’ zijn. En net als Judith uit de bijbel is ze vanaf dat moment sterker dan de mannen in haar omgeving.

Ondertussen is er niemand die naar haar wil luisteren. Haar vader en de Broeders geloven niet in de wonderen, op school wordt ze uitgelachen en jongens snuiten kwakjes snot in haar haar. Haar pogingen die vijandige wereld buiten de deur te houden worden dermate rigoureus, dat de Broeders besluiten hun handen af te trekken van vader en dochter. Tot zover de saamhorigheid binnen een geloofsgemeenschap.

Het land van Melk en Honing is een knappe roman. McCleen weet het perspectief van Judith mooi neer te zetten. Je gaat mee in haar wonderen, terwijl je als lezer tegelijkertijd weet hoe het echt zit. Des te sterker werkt het contrast tussen de buitenwereld en de wereld die Judith voor zichzelf schept.

Ondertussen bekruipt je als lezer de neiging je met de wonderen te bemoeien. En dan blijk je zelfs bereid verder te gaan dan Judith. Wanneer zij bijvoorbeeld een poppetje maakt van de pestkop, die haar met haar hoofd in de wc-pot wilde verdrinken, en hem bij wijze van straf eenzaam neerzet in haar fantasieland, denk je vanzelf: kom op meid, ga verder en knak die kop van dat poppetje even. En dan blijkt dat je ook zelf – hoewel je beter weet – voor de steen van macht zou hebben gekozen.

Een christelijke roman dus, waarin de alchemist het wint van de evangelist. Hopelijk doet McCleen ons er nog een paar van.