Koplopers in de zorg zijn beste investering

Ziekenhuizen worden steeds aantrekkelijker als investeringsthema voor particuliere kapitaalverschaffers. De belangrijkste drijfveer is de ‘consumptieve’ vraag naar gespecialiseerde gezondheidszorg. Die is in principe eindeloos. Dat is een tijdloos gegeven. Een goede gezondheid staat top op wensenlijstjes voor persoonlijk geluk. En bezuinigen op zorg is geen top verkiezingsonderwerp. Nederland heeft bijna honderd ziekenhuizen die samen bijna 23 miljard euro uitgeven.

Naast de oneindige zorgvraag is er nog een ander voordeel voor investeerders: kans op extra winst. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), een denktank, concludeerde in een rapport in januari over prijs en kwaliteit van publieke diensten, dat juist ziekenhuizen zich onderscheiden. In tegenstelling tot de rest van de publieke sector wisten ziekenhuizen de arbeidsproductiviteit wél op te voeren. Ziekenhuizen kunnen een productiegroei van 2 à 2,5 procent opvangen „zonder dat de werkgelegenheid in deze sector hoeft toe te nemen”. Kijk, dat hoort een investeerder graag: meer omzet + stabiele kosten = extra winst.

Tegenover de aantrekkelijke vraag naar zorg stond decennialang geen aanbod. Geen ziekenhuizen die zichzelf aanboden aan private investeerders. Zij hadden ook geen prikkel om dat te doen. Zij werkten met ministerieel vastgestelde financiële kaders, waar ze hun capaciteit en kosten op konden afstemmen inclusief een klein exploitatiesurplus.

De invoering van onderhandelbare, vrije prijzen voor steeds meer verrichtingen heeft de financiële stabiliteit van ziekenhuizen aangetast. De zorgverzekeraars spelen nu de hoofdrol in de vaststelling van de begrotingen.

Het feit dat ziekenhuizen doorgaans zijn georganiseerd als stichtingen brengt met zich mee dat het bestuur en toezichthouders niet zo ontvankelijk zijn voor investerende buitenstaanders. Bij stichtingen heb je geen aandeelhouders, zoals in een BV en NV, die de baas naar huis kunnen sturen. Stichtingen hoeven aan niemand verantwoording af te leggen. Daarom stimuleert deze rechtsvorm de ‘baas in eigen ziekenboeg’ attitude. De faillissementscurator moet bij wijze van spreken op de drempel staan, wil men zijn beleid wijzigen.

De recente overnames door investeerders van de IJsselmeerziekenhuizen (Lelystad) en het Slotervaart ziekenhuis (Amsterdam) zijn hét voorbeeld van hoe het beter kan na een bijna bankroet.

Investeerders denken nu dat een stuk of vijf ziekenhuizen financieel aan de grond zitten en wel privaat kapitaal kunnen gebruiken. Maar die ziekenhuizen gaan liever samenwerken met grotere naburige instellingen dan te ‘capituleren’ voor privaat kapitaal.

Private investeerders moeten zich niet richten op deze zwakke broeders, die gereorganiseerd moeten worden, maar juist op sterkere ziekenhuizen. Koplopers zijn een aantrekkelijker investeringen dan achterblijvers.

De invloedrijke Wim van der Meeren, topman van zorgverzekeraar CZ, heeft afgelopen week de waarde van deze koplopers verder opgedreven. Zijn uitspraak dat vijftien ziekenhuizen best dicht kunnen maakt de koplopers alleen maar schaarser. Niemand zal goed geleide, profijtelijke kwaliteitsziekenhuizen willen sluiten. Dat lot zal de zwakken treffen die gereduceerd worden tot veredelde eerste hulp- of polikiniekposten.

Menno Tamminga