Kamer pleit voor steun én voor harde aanpak Spaanse banken

De financiële specialisten van de Kamer spraken gisteren over de miljardensteun aan Spaanse banken. Is het een fuik of bittere noodzaak?

Het viel SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf als eerste op. In het debat over de steun uit het Europese noodfonds aan Spanje zaten de voorstanders keurig naast elkaar. En daarnaast de zes financiële woordvoerders die zich tegen de 100 miljard aan bankensteun uitspraken.

„De meerderheid is dus tegen de steun aan de Spaanse banken”, grapte Dijkgraaf, die daarmee negeerde dat de vertegenwoordigers van VVD, PvdA, CDA, GroenLinks en D66 bijna honderd Kamerzetels vertegenwoordigen. Demissionair minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) hoefde gisteren geen moment bang te zijn dat hij geen parlementaire steun zou krijgen. Maar de bewindsman kon ook constateren dat hij de tegenstanders van deelname aan Europese steunoperaties voorlopig niet in zijn kamp zal krijgen.

De twee blokken die Dijkgraaf constateerde groeien alleen maar uit elkaar. „We zwemmen een fuik in”, zo verwoordde Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren het gevoel onder de tegenstanders. „En daar houdt mijn partij niet van.”

Aan de andere kant staan de voorstanders van de miljardensteun die via de Spaanse overheid en voor de banken beschikbaar komt. „Zonder een goede bankensector is het moeilijk om de economie aan de gang te krijgen”, constateerde Wouter Koolmees (D66). En als Spanje verder in problemen komt, heeft dat ook ernstige gevolgen voor de rest van Europa. Spaanse banken zijn vooral door het instorten van de huizenmarkt in problemen gekomen.

Niets doen heeft meer risico’s dan onder goed toezicht miljarden steun beschikbaar stellen, zo luidt het adagium van De Jager. Maar hoe lang kun je dit volhouden, vroegen de tegenstanders (PVV, SP, ChristenUnie, SGP, Partij voor de Dieren en ex-PVV’er Kortenhoeven) zich af.

Ook de voorstanders waren kritisch. Wat gaat er bijvoorbeeld gebeuren met de 30 miljard euro die al aan het eind van de maand via het noodfonds beschikbaar komt? Die kan alleen besteed worden voor de herkapitalisatie – het overeind houden – van de kwakkelende banken, antwoordde De Jager. „Als het vertrouwen onverhoopt wegvalt, is liquiditeitssteun niet voldoende.”

Die liquiditeitssteun moet van de centrale bank komen, niet uit het noodfonds.

De minister zette gisteren nog eens uiteen dat Spanje de steun niet zomaar krijgt. Er komt streng (Europees) toezicht op de financiële sector, niet-functionerende bankiers worden ontslagen en directieleden mogen niet meer dan 300.000 euro verdienen. En, net als in Nederland, worden er geen bonussen uitgekeerd als een bank publieke steun krijgt. „Ik wil echt niet hebben dat wij hier garant staan voor een Spaanse bank en dat we vervolgens lezen dat mensen fluitend weglopen met grote bedragen”, zei Ronald Plasterk (PvdA). VVD’er Mark Harbers bedankte De Jager voor „zijn strengheid richting de Spanjaarden. Het is belangrijk dat zij het niet cadeau krijgen.”

Strengere normen – Plasterk stelde een Spaanse Balkenende-norm voor – wilde De Jager niet opleggen. „Er verandert al heel veel. Laat dit parlement niet alles nog eens over doen. De Spaanse regering zit daar ook bovenop. Morele verontwaardiging is echt niet exclusief Nederlands bezit.”

Het debat bracht de financieel woordvoerders niet dichter bij elkaar. Koolmees had ondanks alle misère „een paar lichtpuntjes” gezien. Vooral de erkenning van de minister dat binnen „een monetaire unie een bankenunie een noodzaak” is kon Koolmees bekoren. Bij een bankenunie is sprake van Europees toezicht en een Europees garantiestelsel. Tony van Dijck (PVV) trok aan het eind een heel andere conclusie: „Slecht gedrag loont in Europa.” Het geld „klotste tegen de costa’s”, maar nu het fout is gegaan „krijgen Henk en Ingrid de rekening gepresenteerd”.