Indonesië en ons verleden

Zo zei minister Ben Bot het op 17 augustus 2005 in Jakarta: „Nederland heeft zich aan de verkeerde kant van de geschiedenis bevonden.” Dat was een spijtbetuiging voor het leed dat Nederlandse militairen Indonesiërs onder de verantwoordelijkheid van het kabinet in de jaren veertig hadden aangedaan. Aan bewoners van Nederlands-Indië, die streden voor hun onafhankelijkheid.

Die dag erkende de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, alleen al door zijn aanwezigheid, ook dat Nederland de datum van 17 augustus 1945 politiek en moreel aanvaardde als de dag waarop Indonesië onafhankelijk werd. Nederland had steeds vastgehouden aan 27 december 1949, de datum van de soevereiniteitsoverdracht.

Veelzeggend was de verzuchting van minister Bot na die plechtigheid in 2005 in de hoofdstad van Indonesië: „Het brengen van de boodschap was in Nederland moeilijker dan hier.” De koloniale oorlog die Nederland in Indonesië voerde, verhullend aangeduid met de term ‘politionele acties’, heeft een dubbele geschiedenis. Die van de acties zelf en de periode daarna: die van wegkijken, ontkennen, niet willen weten.

De erkenning dat Nederlanders zich in de vroegere kolonie hebben misdragen, komt in etappes. Excuses van de regering voor de executie van ten minste 120 inwoners van het Javaanse dorp Rawagede kwamen pas nadat de rechtbank in Den Haag in 2011 had uitgesproken dat de Nederlandse Staat verantwoordelijk was voor dit oorlogsmisdrijf uit 1947. Het gaat allemaal wat traag in het land dat met trots het Internationaal Strafhof huisvest.

Deze week doken er foto’s op die een oud-militair uit Enschede in zijn bezit bleek te hebben gehad. Foto’s die lijken te tonen hoe drie Indonesiërs door Nederlanders werden geëxecuteerd. De publicatie ervan kwam kort nadat drie instituten hadden gepleit voor nieuw diepgaand onderzoek, in Nederland en in Indonesië, naar wat er zich in de jaren 1945-1949 heeft afgespeeld. Om misdragingen aan zowel Nederlandse als Indonesische kant te onderzoeken. Om verantwoordelijkheden na te gaan. Om de laatste nog levende getuigen te kunnen spreken. Om de feiten te kunnen vasttellen. Om te begrijpen wat er is gebeurd.

Het pleidooi van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en het NIOD verdient alle steun. Een land moet zijn geschiedenis willen kennen, inclusief de schaduwkanten. Dat behoort tot de kerntaken van historici.