Het is een zware maand voor de bergsport

Gisteren vielen negen doden door een lawine op de Mont Blanc. Al eerder deze zomer kwamen bergbeklimmers in de Alpen om. Is er sprake van ongewoon veel ongelukken?

Rond één uur ’s nachts waren ze wakker gemaakt, met tientallen anderen in de berghut Cosmique. Het is een vast startpunt voor de beklimming van de Mont Blanc, de hoogste berg van Europa. Met de kabelbaan naar boven, met een honderdtal anderen slapen op 3600 meter hoogte, en dan vroeg in de ochtend op weg, de eerste donkere uren met een hoofdlampje op, om te profiteren van het moment dat de atmosfeer het rustigst  is en te voorkomen dat smeltende sneeuw op de gletsjers tot extra risico’s leidt. Maar nog voor het majestueuze moment van zonsopgang hoog in de bergen bedolf, iets na vijf uur gistermorgen, een lawine twee groepen bergbeklimmers, aan elkaar verbonden met touwen. Aan het eind van de dag kon de gendarmerie van Chamonix de balans opmaken: negen doden, twaalf gewonden, van wie één ernstig.

Een van de slachtoffers is de Brit Roger Payne. „Dat is een wereldberoemde alpinist met gruwelijk veel ervaring”, zegt Robin Baks, directeur van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging, aan de telefoon. „Als iemand de gevaren kon inschatten, was hij het wel. Waarschijnlijk was het domme pech en was hij op het verkeerde moment op de verkeerde plek.”

Er was wel gewaarschuwd, ook op de speciale site voor alpinisten van Chamonix, dat er erg veel losse sneeuw lag. In het vroege voorjaar was veel sneeuw gevallen. Eind juni was het heel warm geweest, met de vorstgrens soms op 4400 meter, 900 meter hoger dan normaal. Daarna was de sneeuw weer bevroren, als een spiegel. Met de sneeuwval van begin deze maand kwam er een dik pak op een gladde ondergrond bij, verder opgestuwd door de harde wind van soms wel 100 kilometer per uur.

Zo’n heel pak losse sneeuw is als een lawine over de bergbeklimmers gegleden op het moment dat ze een steil deel van de Mont Maudit passeerden. Een Schneebrett, zo noemen ook Nederlandse alpinisten het. Een plaklawine. Die is volgens een voorlopige reconstructie ontstaan toen een stuk ijs van een gletsjer losschoot – of dat is gebeurd door de harde wind of door een klimmer die boven de getroffen groep liep, wordt nog onderzocht.

Heeft die sneeuwval te maken met de opwarming van de aarde? Baks weet niet of er een direct verband is. Wat opvalt, zegt hij, is dat de weertypes extremer worden. En ook dat de zogeheten westelijke straalstroom, op negen à tien kilometer hoogte, in de Alpen veel vochtige wind aanvoert. Dat betekent meer sneeuw en ijsafzetting. „De Mont Blanc is daardoor de afgelopen vijftien jaar drie meter hoger geworden.”

Het is een zware maand voor de bergsport, met eerder drie ongelukken in de Zwitserse Alpen. Eerst vijf Duitse bergbeklimmers, toen twee Spaanse alpinisten. Zaterdag gleed een Nederlandse bergbeklimmer uit op de Dent Blanche. „Toch kan je pas een het einde van het seizoen zeggen of er sprake is van een trendbreuk en of er dit jaar ongewoon veel ongelukken zijn in de Alpen”, zegt Baks. Wat de drie ongelukken gemeen hebben, is dat ze gebeurden tijdens de afdaling en in de sneeuw. „De bergen vormen altijd een potentieel gevaar”, zei kolonel Bertrand François, commandant van de Gendarmerie uit Chamonix gisteren. „Sneeuw is geen exacte wetenschap.”