Gezinsleven

De Varagids stuurde me op en neer naar Malaga om Adriaan van Toor (de acrobaat uit de kinderserie Bassie & Adriaan) te interviewen. Je zou kunnen zeggen dat ik een fantastisch leven heb, je zou ook moeiteloos het tegenovergestelde kunnen beweren. Vader knielde in het gangpad en blies met zijn snuit tegen de voeten van

De Varagids stuurde me op en neer naar Malaga om Adriaan van Toor (de acrobaat uit de kinderserie Bassie & Adriaan) te interviewen. Je zou kunnen zeggen dat ik een fantastisch leven heb, je zou ook moeiteloos het tegenovergestelde kunnen beweren.

Vader knielde in het gangpad en blies met zijn snuit tegen de voeten van zijn dochter

Ik vloog met Vueling, een Spaans vliegbedrijf. We zaten achterin, twee rijen achter ons zat een jong gezin dat de achterste helft van het toestel drie uur zou domineren. Vader zat aan de ene kant van het gangpad, moeder en peuterdochter aan de andere kant. We stegen op.

Moeder: „Hoei-hoei-hoei!”

Vader: „Toet-toet!”

Moeder: „Een-twee-drie, daar gaan we hoor!”

Het kind begon aan een enorme huilbui, moeder panikeerde.

„Wat doet de koe?”

„Wat doet het schaap?”

Vader: „Mwehh!”

Moeder: „Wat doet Giorgino nou? Wat voor geluid maakte Giorgino? Van een sch….”

Vader: „Mwehh! Mwehh!”

Moeder begon namen van boerderijdieren te roepen. De haan, de kip, het paard en het schaap natuurlijk, want dat kon papa zo leuk nadoen.

Het kind schreeuwde inmiddels. Moeder kondigde aan te gaan wandelen. Ze pakte het kind onder de oksels en zwaaide ermee door het gangpad. Het huilen stopte.

Moeder: „Een-twee-drie, daar gaan we weer!”

Een mevrouw kreeg het kind in het gezicht, ze verloor haar bril.

Ze gingen weer zitten.

Moeder: „Wat gaan we nou doen? Wil je kabouter Plop? Plopper-de-plop?”

Vader: „Plop!”

De stewardess passeerde.

Moeder: „Cola met een rietje! Jahaaa, cola met een rietje! Of wil je liever een chipje?”

Vader: „Ja-haa!”

Er ontstond een heel gedoe met de stewardess omdat die het woord ‘rietje’ niet begreep.

Toen het allemaal was opgegeten kondigde moeder een ‘slapie-slapie’ aan. Het kind begon weer te huilen. Vader knielde in het gangpad en blies met zijn snuit tegen de voeten van zijn dochter.

Moeder: „Papa is een olifant! Papa is een olifant!”

Achter papa vormde zich een rij van mensen die naar het toilet moesten. Toen iemand vroeg of ze er alsjeblieft langs mocht, zei moeder: „Dan gaan we wel weer wandelen…”

We wisten inmiddels wat dat betekende en zochten dekking.

Moeder: „Hoei, hoei, dit is leuk! En nog een keer!”

Ze zagen papa vanuit de verte zitten.

Moeder: „Wie zit daar nou? Is dat Giorgino? Is dat Giorginooooo?”

Vader nam zijn dochter over en rook eraan. „Poepalarm!”

Moeder: „Luier vol? Luier vol?”

Ze ging in het bagagerek rommelen. De schone luiers zaten in een plastic trommel, de vuile luier werd op het tafeltje uitgestald.

Moeder: „Bah-bah-bah, die zat dwars. Wat een grote mops was dat!”

Vader: „Moest je poepen?”

Daarna behandelden ze in gezinsverband de vraag wie er allemaal in Spanje woonden. De antwoorden waren: Sinterklaas, Zwarte Piet en opa.

We gingen landen.

Vader: „Tuut-tuut!”

Moeder: „Hoei!”

Na de landing viel een er tas uit het bagagerek op die vader. Niemand vond dat zielig.