Eersteklas crisis door oplopende schuld

De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar vertoont wel vaak een zekere poëzie. Aan elkaar gespiegeld zouden de jaren 1930 en 2010 een poëtisch stijlfiguur kunnen laten zien dat bekendstaat als een chiasme, of kruisstelling: A, B, C gevolgd door C, B, A. In dit geval staat A voor een steile economische neergang, B voor een licht herstel en C voor een relatief bescheiden val.

In de jaren 30 van de vorige eeuw leidde de misplaatste officiële reactie op het uiteenspatten van een financiële zeepbel tot een rampzalige ineenstorting van productie. Enkele jaren van monetaire verruiming en begrotingsversoepeling vormde daarna de basis voor een matig herstel. Een verstrakking van het monetaire beleid in 1937 leidde tot een lichte terugval. Beleidsmakers leerden er een belangrijke les van, of dachten dat.

Toen de financiële zeepbel uiteenspatte in 2008, reageerden ze met overweldigende stimuleringsmaatregelen, zowel op monetair en begrotingsgebied. De economische schade werd daarmee beperkt tot hogere werkloosheid en economische krimp van onder de 10 procent.

Maar de maatregelen hebben slechts geleid tot een B-periode van tweederangs herstel. Economische groei is momenteel zwak in de VS, en zo goed als afwezig in de eurozone en Groot-Brittannië. Verontrustender is dat de stimuleringsmaatregelen een opmaat vormen voor een eersteklas crisis. Het probleem zit in schulden die blijven oplopen.

Overheden lenen alsof het een lieve lust is, terwijl het bedrijfsleven schuldenlasten niet echt heeft teruggedrongen. In de VS is het totaal aan lopende schulden sinds de kredietcrisis van 2008 jaarlijks met 3,7 procent gestegen – sneller dan het nominale groeicijfer van het nationale inkomen van 3,0 procent. In vele opkomende economieën, waaronder China, Brazilië, Rusland en Turkije, groeien schulden twee maal zo snel als het nominale groeicijfer, of meer.

Als teveel krediet leidt tot crises, en dat is over het algemeen zo, dan staat de wereld er één te wachten. Dit keer zouden stimuleringsmaatregelen – in feite het pompen van meer geld in de economie – waarschijnlijk niet helpen. De particuliere sector zou tot de conclusie kunnen komen dat overheden niet te vertrouwen zijn, en het nieuwe kapitaal kan leiden tot onaanvaardbaar hoge inflatie. Het zou moeilijk worden om een depressie te voorkomen van het niveau A.

Wat daarop volgt? In de jaren 30 was het grote armoede en uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog. Het is te hopen dat de geschiedenis dit keer een ander refrein weet te vinden.

Martin Hutchinson

Vertaling Frank Kuin