‘Deze Raad gaat over journalistiek fatsoen’

De Raad voor de Journalistiek ligt onder de vuur. Verandering is nodig, vindt het bestuur. „De raad moet geen rechtertje spelen.”

Om de slagkracht en draagkracht te vergroten, gaat de Raad voor de Journalistiek hervormen. De raad moet vooral minder juridisch worden.

Dat blijkt uit een intern discussiestuk van het eigen bestuur, gebaseerd op een brief van NDP Nieuwsmedia, koepelorganisatie van kranten en nieuwssites. De aanbevelingen van het bestuur lijken sterk op voorstellen die Arendo Joustra, hoofdredacteur van tijdschrift Elsevier, in april deed nadat dagblad Het Parool zijn steun aan de raad stopzette en er een debat ontstond over het functioneren van het journalistieke klachtenbureau.

Verdere aanbevolen veranderingen: de raad moet geen klachten behandelen over kranten, bladen en tv-omroepen die het tuchtcollege boycotten. Alleen burgers mogen klagen, de raad moet dus geen klachten meer aannemen van belangenorganisaties. En de raad moet van klagers eisen dat ze eerst hun beklag doen bij het medium zelf.

De raad ligt al enige tijd onder vuur vanuit de branche. Verschillende journalistieke media, Het Parool, De Telegraaf, TROS Radar, TROS Opgelicht, Elsevier, erkennen de raad niet meer of zijn zeer kritisch over de werkwijze van het instituut. De Raad voor de Journalistiek, opgericht in 1948 als zelfregulerende tuchtraad voor journalisten, doet uitspraken over journalistiek-ethische kwesties, maar verbindt daar geen sancties aan. Volgens critici is de raad tandeloos en kun je het net zo goed meteen voor de rechter uitvechten.

Belangrijkste hervorming is het tegengaan van de ‘juridisering’. Bestuurssecretaris Kees Boonman, politiek journalist voor EenVandaag en TROS Kamerbreed: „De raad moet geen rechtertje spelen. En zo wordt het nu wel ervaren. Klagers en beklaagden komen met advocaten, je moet ‘voorkomen’, er is een ‘uitspraak’; dat is een woordkeuze die de verkeerde indruk wekt. De raad is een zelfregulerend instituut, geen rechtbank.”

Boonman, die in het bestuur zit namens de vakbond NVJ, stelt dat een minder juridisch profiel kan voorkomen dat een zitting van de raad wordt ‘misbruikt’ door klagers als gerechtelijke ‘proeftuin’, alvorens ze naar de echte rechter stappen. Boonman: „Klagers zijn geneigd er een juridisch circus van te maken. En rechters beroepen zich in hun uitspraken geregeld op eerdere uitspraken van de raad. Dat is niet wenselijk: de rechter toetst op rechtmatigheid en wettelijke normen, de raad toetst de ethiek, het journalistiek fatsoen. Dat is heel wat anders.”

Als de raad niet langer klachten zou behandelen tegen kranten en tv-programma’s die het instituut niet erkennen, zoals De Telegraaf, dan zou de raad volgens Boonman minder gezagsverlies lijden. Het staat immers niet gunstig als een uitspraak van de raad domweg genegeerd wordt: „Nu zegt hoofdredacteur Sjuul Paradijs gewoon: ‘Wat hebben wij met jullie te maken? Toedeledokie!’”

Over het niet langer toelaten van klachten van belangengroepen: „De raad moet er meer zijn voor de burger, en minder voor de instanties.”

Boonman pleit voor hervorming, maar bestrijdt het beeld dat de raad aan gezag heeft ingeboet: „Je kunt wel steeds roepen: het stelt geen bal voor, maar waarom windt iedereen zich er dan zo over op? De journalistiek ligt meer onder de loep dan ooit tevoren. Kijk naar Engeland, naar de commissie-Leveson. Dan zou het bezopen zijn als de journalistiek – pilaar onder de democratie – niet bij machte zou zijn om een kritisch, zelfregulerend instituut te accepteren. Maar ja, journalisten kunnen nu eenmaal slecht tegen kritiek.”

De bestuurssecretaris benadrukt hoe gevaarlijk het zou zijn om de raad verder uit te hollen: „Vergis je niet: als de journalistiek vandaag de raad opheft, staat de Tweede Kamer morgen klaar met een eigen waakhond om de pers in te tomen. De nationale ombudsman staat al te popelen om onze taak over te nemen.”