Bouw een wildwaterbaan voor me!

Er moet meer passie, gevaar en experiment in de roman komen, zo betoogde schrijver Marcel Möring vorige week in Boeken. Onzin, meent Rob van Essen, Mörings oproep tot het schrijven van gevaarlijke romans levert in de praktijk helemaal niets op.

Schrijvers dromen graag over een republiek der letteren waarin ze zelf invloed op de staatsinrichting hebben. In de boekenbijlage van vorige week gaf Marcel Möring zijn visie op het te voeren beleid.

Gelukkig was zijn artikel geen oproep om de roman te injecteren met meer straatrumoer. Dat was een hele opluchting. Volgens Möring zorgt de drift om ‘hevige actualiteit’ in romans te verwerken er juist voor dat de roman de ‘vuilverwerking van de journalistiek’ is geworden. Ook lijkt de huidige auteur zijn vak té goed te beheersen; door zijn vakmanschap is hem alle lust tot experimenteren vergaan.

Möring moet niets hebben van de well made novel waarin de auteur precies doet wat boekhandelaren en lezers van hem verwachten, in een gezamenlijk verbond van lafheid. Natuurlijk is het huidige literaire landschap niet zo eenvormig en gladgestreken als hij doet voorkomen, maar als hij een punt wil maken, mag hij overdrijven. Ik lees zijn betoog als een oproep aan schrijvers om meer te durven, onafhankelijker te denken en meer experimentele, geváárlijker romans te schrijven: ‘De roman zou altijd gevaarlijk moeten zijn.’

Maar dat gaat natuurlijk niet gebeuren; de roman zal nooit gevaarlijk zijn. Een roman kan met een beetje goede wil wereldbeelden veranderen, blikken verruimen en empathie vergroten, een roman kan in ieder geval wijzen op tot dan toe onvermoede vermogens van de taal, maar gevaarlijk wordt een roman pas als er bij het openslaan messen uit het omslag schieten die je vingers afsnijden.

Op welke manier moet de roman gevaarlijk zijn? Het gaat Möring niet zozeer om de inhoud, maar om ‘het streven van de auteur om verder te gaan, om het illusoire van de kloppende wereld te tonen en daardoor juist die wereld weer heel te maken’.

Pardon? De wereld héél maken? Waarom niet de wereld versplinteren, zodat je ontdaan de stukjes bij elkaar moet zoeken? Van een gevaarlijk boek mag je toch op z’n minst verwachten dat het in je handen ontploft.

Die wens tot heelheid verrast. Ook als Möring beschrijft wat hij aantreft bij zijn geliefde schrijvers (hij noemt namen als Joyce, Beckett, Winterson) is hij opvallend tam. Volgens hem beschrijven juist die experimentele schrijvers de wereld zodanig dat je erbij aanwezig bent; de beschreven ervaring (Bloom die niertjes bakt in Ulixes) drukt een hele wereld uit, waarin je je als lezer voelt opgenomen. Dus geen vervreemding, geen ondermijnde verwachtingspatronen, nee, weer die heelheid.

Daar zou ik dan wel meer over willen lezen – over hoe Möring zijn verlangen naar heelheid verenigt met zijn literaire voorkeuren, maar hij gaat er niet verder op in. Zo wordt er veel aangekaart, maar weinig uitgelegd. Wanneer hij schrijft dat auteurs ‘nieuwe vormen moeten zoeken voor onze tijd’ denk je: nu gaat hij vertellen en waarom de vormen van zijn experimentele voorbeelden dus blijkbaar niet meer voldoen, en aan welke vormen hij zelf denkt maar nee, opeens is het stuk afgelopen.

Zo blijf je met veel vragen zitten. De grootste vraag is natuurlijk wat Möring verwacht van zo’n artikel. Als je als schrijver wil dat de literatuur een bepaalde richting inslaat, staat je daartoe een uitstekend middel ter beschikking: je eigen werk. Andere middelen heb je in feite niet. Een oproep om ‘gevaarlijke’ romans te schrijven werkt per definitie niet. Een schrijver die inderdaad een gevaarlijke, rafelige, onverantwoorde roman schrijft, heeft volgzaam aan een oproep gehoor gegeven, en een roman die als antwoord op zo’n oproep is geschreven, zal noodzakelijkerwijs altijd iets braafs houden, als een netjes aangelegde wildwaterbaan die aan alle eisen voldoet.

Waarom zou een schrijver trouwens verlangen dat anderen romans gaan schrijven volgens zijn voorkeuren? Is dat niet wat heerszuchtig, of zelfs narcistisch? Wat wil zo’n schrijver nu, één soort literatuur? Welnee, hij wil de ondergang van het genre afwenden. Maar dat is het nou juist, dat moeten schrijvers niet doen, dat moet je aan lezers overlaten.

Lezers – waarom hoor je die nou nooit hierover? Het zijn altijd schrijvers of professoren die zich druk maken over de veronderstelde teloorgang van de literatuur. Logisch, ze hebben een republiek te verliezen. Daarom heeft zoiets altijd iets beklemmends; het gaat ze om de kunsten, maar ondertussen proberen ze ook de waarde op peil te houden van de wereld waarin ze zelf functioneren.

‘De roman is niet dood en zal niet sterven. We hebben de roman nodig,’ schrijft Möring. Als een schrijver zoiets beweert, klinkt het als een benauwde bezwering van iemand die zijn bestaansreden bedreigd ziet. Als een lezer het beweert, klinkt het als een optimistische conclusie. Oproep aan alle schrijvers: als we nadenken over literatuur, moeten we dat doen als lezers. Als lezers hebben we meer macht en zijn we aangenamer gezelschap.

In zijn artikel vraagt Möring zich af of een schrijver als Hermann Broch in het huidige klimaat nog wel een kans had gehad. Dat zullen we nooit weten, net zoals we nooit zullen weten welke schrijvers het ten tijde van Broch niet hebben gehaald. Maar wat dan nog? We hebben Broch! Dat is het nu juist: als we Broch lezen, is hij net zo actueel als al die schrijvers van de brave, verantwoorde romans die hoog opgestapeld in de boekhandels liggen. Pure magie is het.

Vergeet al die laffe schrijvers van nu dan gewoon, maak je eigen tijdgenoten. De romans die je geschreven zou willen zien, bestaan al. Waarom zou je de literatuur een bepaalde kant op willen sturen als ze al eeuwenlang alle kanten op waaiert? Ontdek de schrijvers die ertoe doen, stel je eigen canon samen. Juist in tijden van internet is het eenvoudiger dan ooit. Surfend over binnen- en buitenlandse sites heb ik veel auteurs ontdekt die ik anders nooit zou hebben ontmoet, ik heb nog een hele lijst liggen van schrijvers waar ik nog achteraan moet, sommige namen heb ik zo gretig genoteerd dat ik ze niet meer kan ontcijferen.

Laat de literatuur voor zichzelf zorgen, wij banen onze eigen paden wel. Dat is de macht van ons als lezers. Een stuk van Möring over zijn favoriete auteurs zou veel interessanter zijn dan een klaagzang over de brave romans van nu. En niet alleen interessanter, ook informatiever. Bij het lezen zijn artikel kreeg ik meteen zin om iets van Broch te gaan lezen. Ook in Brochs tijd zal ongetwijfeld zijn gesomberd over schrijvers die de toekomst van de roman verkwanselden. Wat doet het ertoe, ik ga nú een boek van hem lezen.