Bij niemand veiliger dan bij alpinist Roger Payne, en toch ging het mis

De Mont Blanc, met rechts de Mont Maudit en de Dome du Gouter. Foto AFP / Jean-Pierre Clato

Met zijn laatste tweet wees hij zijn volgers op de necrologie van Mike Wastmacott, de bergbeklimmer die in 1953 onderdeel was van de legendarische Britse expeditie naar Mount Everest en op 22 juni jongstleden overleed. 22 dagen later, bij de lawine in de Alpen van gisteren, kwam de wereldberoemde alpinist Roger Payne zelf om het leven.

Rond half zes gisterochtend werden op de Mont Maudit (vlakbij de Mont Blanc, in de Alpen) twee groepen bergbeklimmers, aan elkaar verbonden met touwen, bedolven onder een lawine. Negen van de 28 klimmers kwamen om het leven: twee Duitsers, twee Spanjaarden, een Zwitser en drie Britten. Bij die laatste drie was Roger Payne, iemand met ‘gruwelijk veel ervaring’. Dat zegt Robin Baks, directeur van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging, vandaag in NRC Handelsblad. “Als iemand de gevaren kon inschatten, was hij het wel.”

Waarom zegt Baks dat? Omdat je op een berg niet veel veiliger kon zijn dan bij Payne in de buurt. Hij behaalde begin jaren tachtig zijn diploma als kliminstructeur en ondernam zijn eerste expeditie in 1986 in Peru, samen met zijn vrouw Julie-Ann Clyma. In de afgelopen 25 jaar was de 55-jarige Londenaar onderdeel van meer dan twintig expedities op meerdere continenten. Hij beklom bergen in de Alpen en de Himalaya, in Noord- en Zuid-Amerika. Hij was voorzitter van de vereniging voor Britse berggidsen en werkte samen met de VN aan projecten over opwarming van de aarde, zoals Everest Meltdown. Payne woonde tegenwoordig in Leysin, in het westen van Zwitserland, ongeveer honderd kilometer van de plek waar hij stierf.

Op de vraag waarom het dan toch mis ging, is nog geen duidelijk antwoord. De groep bergbeklimmers werd in de nacht van woensdag op donderdag rond één uur ‘s nachts wakker gemaakt en met de kabelbaan naar een hoogte van 3.600 meter gebracht. De expeditie startte zo vroeg omdat op dat moment de atmosfeer het rustigst is en om te voorkomen dat smeltende sneeuw op de gletsjers tot extra risico’s leidt.

Even voor half zes kwam de dodelijkste lawine van de afgelopen jaren. Een sneeuwverschuiving van twee meter hoog en vijftig meter lang.

Zoals de verslaggever van de BBC in bovenstaand filmpje zegt: zoiets kan altijd gebeuren op 4.000 meter hoogte, want er is altijd ijs en sneeuw. Het was onvermijdelijk, zegt The Guardian. Er was overigens wél gewaarschuwd dat er veel losse sneeuw lag. Marc Leijendekker daarover vandaag in NRC:

“In het vroege voorjaar was veel sneeuw gevallen. Eind juni was het heel warm geweest, met de vorstgrens soms op 4400 meter, 900 meter hoger dan normaal. Daarna was de sneeuw weer bevroren, als een spiegel. Met de sneeuwval van begin deze maand kwam er een dik pak sneeuw op een gladde ondergrond bij, verder opgestuwd door de harde wind van soms wel 100 kilometer per uur.”

Volgens een voorlopige reconstructie onderstond er een zogenaamde ‘plaklawine’ die over de bergbeklimmers heen gleed toen ze een steil deel van de Mont Maudit passeerden. Het is nog niet duidelijk of harde wind of een van de alpinisten die boven de getroffen groep liep, daar de oorzaak van was.

Op de site van BMC staat een uitgebreid stuk over wie Roger Payne was. Het artikel van Marc Leijendekker over het ongeluk van gisteren is voor abonnees te lezen in de digitale editie.