Bij gebrek aan koelkast

Op zo’n 4.000 meter boven zeeniveau staat deze traditionele ‘koelkast’ even buiten de Boliviaanse hoofdstad La Paz. In de zakken zitten aardappelen en andere soorten knollen, die in het ijskoude water liggen om zogenaamde chuño te maken – gevriesdroogde aardappel.

Chuño is een traditioneel gerecht van de Quechua en Aymara-volken, die in de Andes in Bolivia en Peru leven. Het Spaanse woord chuño komt van het Quechua woord ch’uñu, wat bevroren aardappel betekent.

Het gerecht wordt gemaakt door aardappelen na de oogst zo’n drie tot vijf nachten in de koude buitentemperaturen te laten bevriezen. Tussen de koude nachten door worden de aardappelen overdag in de zon gelegd en met de voet platgestampt. Hierdoor wordt het water uit de aardappelen gedrukt.

De gevriesdroogde aardappelen kunnen lange tijd goed blijven, soms zelfs enkele jaren. Daarom zijn ze zeer geschikt als voedselvoorraad voor de koude winters in de Andes.