Zomerlezen

C. Wright Mills: De sociologische visie. Het Spectrum, 1963, alleen antiquarisch verkrijgbaar. 256 blz. Vertaling L.M. Vercruijsse-Dopheide.

Hij reed motor, trouwde drie keer en stierf jong. En hij fileerde de macht. Een rebel, kortom. C. Wright Mills doceerde in de jaren vijftig sociologie aan de Columbia University. Met White Collar (1951) en The Power Elite (1956) – helaas geen van beide in het Nederlands vertaald – is The Sociological Imagination (1959) zijn invloedrijkste werk.

Mills onderscheidde binnen de sociologie twee dominante richtingen, die hij allebei bekritiseerde: grootse theoriebouw, los van de werkelijkheid, en een obsessie met data verzamelen, zonder een visie die deze data betekenis geeft. Het eerste verwijt gold Talcott Parsons, de grand old man van de Amerikaanse sociologie. Die zag de samenleving als een geïntegreerd geheel, opgebouwd uit functionele delen. Volgens Mills was in Parsons model geen ruimte voor verandering. Tegelijkertijd was hij bang dat de sociologie zou verdrinken in data, verstoken van ideeën.

De Engelse boektitel verwijst naar de verbeeldingskracht waarover een socioloog volgens Mills moet beschikken. Het is die geesteshouding die hem in staat stelt te doorgronden hoe de persoonlijke lotgevallen van enkelingen samenhangen met maatschappelijke verhoudingen en met de tijd waarin ze leven. Met andere woorden: hoe biografie, geschiedenis en maatschappij met elkaar verknoopt zijn. Een klassieker.

Dirk Vlasblom