Waarom moet ik over doping beginnen?

Voor de 40ste keer is Mart Smeets voor de NOS in de Tour de France, morgen verschijnt zijn biografie. Zelf schreef de presentator het boek Rond de 40, waarin hij de Tours in perspectief plaatst.

Mart Smeets interviewt Lance Armstrong in de Tour: „Ze vinden dat ik sporters direct na de koers moet vragen of ze doping hebben gebruikt. Dan ben je toch stapelgek?” Foto Hollandse Hoogte

Dopinginval bij de ploeg van Cofidis, Britse media-invasie na het succes van Bradley Wiggins en Christopher Froome, kritiek op vallende Nederlanders. Zal Mart Smeets er nog door worden verrast? Voor de veertigste keer volgt het boegbeeld van NOS Sport dit jaar de Tour, een in Nederland ongeëvenaarde mijlpaal. Zijn programma De Avondetappe scoort dagelijks een miljoen kijkers. Morgen wordt de biografie van Mart Smeets gepresenteerd, geschreven door Kees Sluys. En zijn eigen boek – Rond de 40 – staat in elke bestsellerlijst. Natuurlijk wordt hij nog verrast in de Tour, dagelijks. „Ik ben een jaar met mijn boek bezig geweest, met als kernvraag: wat heeft die Tour voor me betekend? Toen ik hier in 1973 voor het eerst kwam wist ik niets. En nu weet ik nog niks.”

En critici die u verwijten dat u juist veel weet maar weinig onthult, over doping vooral?

„Sven Kockelmann, Max Pam, Jakhals Frank Evenblij: allemaal gooien ze me voor de voeten dat ik alles maar accepteer. Ze vinden dat ik sporters direct na de wedstrijd moet vragen of ze doping hebben gebruikt. Dan ben je toch stapelgek? Welke journalist heeft inzicht in wat renners precies doen? Je kunt alleen een positief geval naar voren brengen als de UCI [internationale wielerunie] het loslaat. Anders niet. Maar dan komt er ineens een heel leger van betweters. De Sven Kockelmannen, Max Pammen, de Jakhalzen. ‘Dat moet Smeets toch weten.’ Weten? Bewijzen moet je hebben, zoals overal elders in de maatschappij. Of heeft onze Jakhals zelf al zoveel onthuld in de Tour? Ga je eerst behoorlijk aankleden, man.”

Het zit u hoog?

„Het stoort me behoorlijk, vooral het domme aspect in die kritiek. Sportjournalisten, met mij als bekend hoofd voorop, worden ineens afgerekend op het feit dat we niet in staat zijn geweest de perfide mentaliteit in het wielrennen op te rollen. Maar dat kun je alleen doen als je bewijzen hebt. Als redacteur economie kun je toch ook niet alle bankdirecteuren op één hoop gooien? Terwijl je dan waarschijnlijk een heel wat slechter peloton hebt dan in de wielersport.”

Was het vroeger beter?

„Doping was altijd een deel van het verhaal, een deeltje eigenlijk. Want het was helemaal niet erg. Je kreeg als renner tien minuten tijdstraf en een boete van 250 Zwitserse franc. Ik ben ooit met cameraman binnengekomen, in 1977, in een kamer waar Zoetemelk aan de slangen lag. ‘Je houdt je mond hè’, zei Joop. We hebben het niet gedraaid. Als zoiets nu gebeurt bij de Raboploeg stoppen ze met sponsoren. Direct.”

Reportages maakt u allang niet meer.

„Dat vind ik erg, dat ik die dingen niet meer mag maken. Snap ik niets van. A: ik kan het. B: ik vind het hartstikke leuk. Laat mij iedere dag maar een stukje maken, van drie of vijf minuten. Maar waarschijnlijk wordt er anders gedacht in Hilversum. Nee, ik heb daar nooit contact over. Nooit.”

Commentaar geven is niet meer bij.

„Vind ik bijna nog erger. Dat heb ik altijd met heel veel plezier gedaan. Geleerd naast Jean [Nelissen, in 2010 overleden], die mij het leven en het wielrennen leerde. Heftige tijd. Kijk, ik snap best dat de NOS wil verjongen. Maar ik doe nog altijd de essentiële wielerwedstrijden in de lente als commentator. En vervolgens mag ik er een zomer lang niet over praten. Dan is iedereen moe en zeggen ze: Smeets, doe jij de Ronde van Spanje maar. Apart. Ik vind dat niet leuk.”

Mist u het contact met de wielrenners niet?

„Dat vroeg mijn vrouw vorig jaar ook. ‘Mis jij de renners niet?’ Toen dacht ik: ja, ik zit in de Tour maar spreek nauwelijks nog een renner. Op die paar dagen na dat ik moet invallen om een stukkie te maken. Dat was een rake constatering. Ik mis de renners. Het was in de jaren 70 en 80 hartstikke makkelijk om met ze te spreken. Maar nu reiken de hekken in de Tour tot in de hemel. Je mag nergens meer bij.”

De Tour is te groot geworden?

„Natuurlijk is de Tour te groot. We maken het allemaal zo belangrijk. Vroeger gingen we met vijf man, nu met dertig. We doen de middag, de vooravond, de late avond. Het is niet alleen sport meer, de Tour heeft zich ontwikkeld tot een springplank naar amusement. Alle zichzelf respecterende tv-organisaties hebben naast het etappeverslag andere programma’s. Ik ben er zelf een voorbeeld van. Terwijl de verslaggeving van de wedstrijd het belangrijkste is. Ik zeg altijd: ’s middags is de echte Tour. Daarna begint het sportamusement.”

Is De Avondetappe een Mart Smeets Show?

„Nee, dat is niet waar! Het is geen personalityshow. Het is een show met gasten en filmpjes. Ieder ander zou het kunnen. Maar dan krijgt het een ander karakter. Ik ken de Tour en de Tour kent mij. Dat is het voordeel. Maar ik blijf heel keurig het NOS-stempel erop zetten. Niet mijn stempel, het NOS-stempel.”

Hoezo NOS-stempel?

„De NOS is een gemiddelde van het licht oranje, licht rood-wit-blauw. Het licht kritische, politiek o zo correcte Nederlandse gevoel. Niet buiten de lijntjes, geen PVV, dat niet. Dat besef ik heel goed. Ik zit daar veertig jaar bij en word uitstekend gesteund door [eindredacteur] Jan Stekelenburg, ook geen jonge journalist. Hij weet goed het evenwicht te bewaren. Maar soms wil ik wel eens uitbreken uit dat gevoel.”

Wat merkt het publiek daarvan?

„Ik ben met een dagboek bezig voor mezelf, om te kijken hoe ik in het vak sta. Wat kan ik wel en wat kan ik niet zeggen. Ik zei voor de Tour dat aspecten van Voetbal International [van concurrent RTL] me aanstaan. Humor, jezelf niet te belangrijk maken. Dan word ik bij de NOS dus niet meer aangekeken, dat mag ik niet zeggen. Maar waarom niet? Ik ben gewoon eerlijk tegenover mezelf. Zo probeer ik ook te kijken in de Tour en straks op de Spelen. Misschien leidt dat tot een volgend boek. Na 40 jaar wordt het wel makkelijker om eerlijk te zijn.”