Waar is de romige alt toch gebleven

klassiekKathleen Ferrier: Complete EMI-recordings en Centenary Edition (Decca)

De alt. Bestaat ze nog? In koren, onder ongeschoolde stemmen, zijn alten berucht talrijk; een luie sopraan wordt na een levendig leven vanzelf een alt. Maar als geschoolde solostem lijkt die échte, rondborstige natuuralt, contralto in het Engels, zo goed als uitgestorven. Mezzosopranen maken de dienst uit – enkelingen (Nathalie Stutzmann, Stephanie Blythe, Ewa Podles, Larissa Djadkova) daargelaten. Is dat erg? Mezzo’s met een goede laagte kunnen technisch alles wat een alt ook kan. Romantisch operarepertoire voor de echte alt? Is er nauwelijks. Barokke castratenrollen zijn herclaimd door mannen – nu countertenoren.

Hoewel er vele fysische theorieën circuleren over de causaliteit tussen moderne voeding en stem lijkt de teloorgang van de alt vooral een kwestie van mode. Logisch dus dat de 100ste verjaardag van de meest legendarische alt van de twintigste eeuw, Kathleen Ferrier (1912-1953; de CDA-politica is naar haar vernoemd) meervoudig is aangegrepen voor nostalgische verzamelboxen.

EMI bracht alle Ferrier-opnames bijeen op een tripel-cd, Decca pakt uit met 14 cd’s in de Ferrier Centenary Collection.

Ach, Kathleen Ferrier. Voor velen is het de zangeres die je moeder of oma al bewonderde, wier platen met Händel-aria’s en liederen van Brahms grijs werden gedraaid. Dat romige timbre, die moederlijke warmte als ze een volksliedje zingt als Blow the wind South. Kerst zonder Ferriers Silent Night, Holy Night? Het is voor velen als een Kerst zonder kaarsjes. En ook Schumanns liedcyclus Frauenliebe und -leben klonk nooit meer zo menselijk en benaderbaar als bij Ferrier – van de eerste liefdesextase („Er, der Herrlichste von allen!”) tot het omfloerste verdriet om de dood („Nun hasst du mir den ersten Schmerz getan”).

Ferrier overleed jong, op 41-jarige leeftijd, aan borstkanker. Haar Nederlands debuut in 1946 was tevens haar eerste optreden in het buitenland. Daarna volgde, tot haar dood, een korte maar krachtige internationale podiumcarrière. En, gek, maar ook honderd jaar na haar geboorte is het onmogelijk om niet door haar stem verwarmd te worden. Natuurlijk, die intens stroperige, Engelstalige versies van Bachs Matthäus en Mendelssohns Elias zijn niet meer van deze tijd. Maar dat is ook juist het charmante eraan. En Abschied uit Mahlers Lied von der Erde door de Wiener Philharmoniker met Bruno Walter, de Tweede symfonie met het Concertgebouworkest – het zijn interpretaties die nog steeds intens weten te betoveren.