Spectaculaire opening Fashion Week

Normaal gesproken hangt het werk van Marga Weimans in musea, maar gisteravond opende ze de Amsterdam Fashion Week met haar eerste grote catwalkshow.

Uit de collectie van Marga Weimans. Foto’s Peter Stigter

In het Machinehuis op het Westergasterrein had modeontwerper Marga Weimans gisteren voor één avond een gigantische installatie opgebouwd. Het was een voorstelling van haar ideale modehuis, vol experimentele jurken en meubels, gemaakt van in plastic gedrenkte repen stof, piepschuim of textiel bedrukt met houtprint. Als je de objecten scande met een iPhone, kreeg je filmpjes te zien waarin Weimans aan het werk is. „Ik wil een inkijkje geven in mijn ontwerpproces”, zei de ontwerpster.

Normaal gesproken hangt het werk van Weimans (42) alleen in musea, nu was haar installatie in de Westergasfabriek een opmaat tot de opening van de zeventiende Amsterdam Fashion Week. Weimans gaf er haar eerste grote catwalkshow.

Het was een spectaculair debuut. Weimans showde theatrale jurken met uitvergrote heuppartijen en zwart-wit prints geïnspireerd op bouwmaterialen. Haar modellen sleepten kooiachtige stellages met zich mee, die naar stedelijke architectuur refereerden. Schoenenontwerper Jan Jansen had de twintig centimeter hoge, houten plateauzolen gemaakt. Het is lang geleden dat er op de Amsterdamse modeweek zoiets bijzonders te zien was geweest.

Ludiek was de jurk die Weimans maakte met sponsor Vodafone in gedachten. Ze verwerkte er tientallen mobieltjes in die begonnen te rinkelen en knipperen nadat het publiek verzocht werd in te bellen.

De openingsavond van de Amsterdam Fashion Week begon met een show van Claes Iversen, een van oorsprong Deense ontwerper die sinds vijftien jaar in Nederland woont.

Zijn zomercollectie voor 2013 bleek gebaseerd op een krantenknipsel over de door de Maya’s voorspelde apocalyps; monotone en grauwe stukken mondden uit in een overdaad aan bloemenprints.

Het werk van Iversen kan soms wat tuttig uitvallen. Dat gevaar had hij dit keer omzeild door invloeden uit de sportkleding in zijn ontwerpen te verwerken. In de sterkste sets waren jeugdige korte rokjes met bloemenprints gecombineerd met chique versies van een baseballjack. Die ontwerpen oogden jong en modern, zonder Iversens verfijnde handschrift te verliezen.

De lange avondjurken waarmee de show eindigde misten die frisheid. Maar onder dergelijke jurken komt Iversen niet meer uit nu hij alleen nog maatwerk (vooral bruidsjurken) op bestelling verkoopt.

Voordat de fashion week officieel van start ging, vond al een veelvoud aan officieuze evenementen plaats. Een hoogtepunt was maandag de Floating Couture Treatment, een show op een drijvende catwalk in de Keizersgracht. Zowel professionele modellen als ‘gewone (beroemde) vrouwen’ zoals schilder Ans Markus toonden oude en nieuwe couture van Nederlandse ontwerpers als Mattijs van Bergen, Fong Leng en Mart Visser. De show, georganiseerd door Carlo Wijnands, de programmadirecteur van Amsterdam Fashion Week, werd afgesloten door schoonzwemmers in de gracht. Met de mode van nu had het weinig te maken, maar de Nederlandse mode werd zelden zo feestelijk gevierd.

Zondagmiddag showde mannenmodeontwerper Hyun Yeu eveneens los van het officiële programma al zijn zomercollectie in de Oude Kerk. Hij liet knap gemaakte jasjes zien, gecombineerd met korte broekjes in zachte, veelal witte materialen. Deze collectie wordt niet in productie genomen, want Yeu heeft het te druk. Hij is net begonnen als hoofdontwerper bij het Nederlandse Gsus, maar wil met deze show laten zien dat zijn eigen label wel zal voortbestaan.

Nog bijzonderder was de locatie waarop de jonge ontwerper Borre Akkersdijk maandagmiddag zijn mannencollectie presenteerde: een sportzaal in Amsterdam-Zuid. Zijn sportieve, in grijs uitgevoerde kleding van dikke stoffen (ontwikkeld op een matrassenbreimachine) werd gedragen door turners die soepel hun salto’s en flikflaks verrichtten.