Smaakvol, maar wel op een wat laffe manier

Sleeping Beauty

Regie: Julia Leigh. Met: Emily Browning, Rachael Blake, Ewen Leslie, Peter Carroll, Chris Haywood.

Sprookjes zijn in: Sneeuwwitje was dit jaar al actieheld in twee Hollywoodfilms. De Schone Slaapster, of Doornroosje, inspireert tot een serieuzer soort vrouwenfilm. Ruim een jaar na de première in Cannes, arriveert Sleeping Beauty van de als regisseur debuterende Australische schrijver Julia Leigh in de bioscoop. Leigh kiest in haar feministische fabel het perspectief van de slaapster. Studente Lucy (Emily Browning) slaapwandelt door het leven in ‘radicale passiviteit’: een glazig soort onverschilligheid. Ze scharrelt geld bijeen met suffe baantjes, met terloopse prostitutie of als medisch proefkonijn. Haar enige emotionele, hoewel in ironie gedrenkte, hechting is met een suïcidale nerd.

Lucy belandt bij een escortdienst voor perverse oude heren. Eerst schenkt ze in witte lingerie wijn bij een diner, een Kubrickachtige, lethargische orgie met naakte vrouwen als bijzettafels. Dan promoveert ze tot Schone Slaapster: gedrogeerd mag ze de nacht doorbrengen met stokoude mannen, al is het verboden haar te penetreren. „Je vagina is een tempel”, stelt de madame haar gerust. Zo bespieden wij Lucy’s bleke lichaam, maar vooral haar geriatrische klanten. Hun onmacht en seksuele fixaties zijn fascinerend en ontluisterend. De ene grijsaard streelt Lucy vol weemoedig verlangen, een tweede zeult met haar rond als een overjarige Hercules, een derde scheld en spuugt, bitter over de eigen impotentie.

Deerniswekkende mannen; des te teleurstellender dat Lucy zelf zo’n vraagteken blijft. Julia Leigh, in Cannes zeer onwillig om op intentie en betekenis in te gaan, wilde haar „niet voor ons invullen”. Ze is het soort heldin dat je ook vaak in Nederlandse kunstfilms treft: zonder achtergrond, doods, introvert, in de greep van een onbenoembare existentiële leegte. En net als die films eindigt Sleeping Beauty met een soort oerschreeuw, een wedergeboorte.

Dat is smaakvol op een wat laffe manier. Het vrouwelijke mysterie is mysterieus. En wie niets over zijn hoofdpersoon beweert, beweert ook geen onzin, dat is waar. Maar je vraagt je af of je echt anderhalf uur op zo’n conclusie zit te wachten.