Shariaraad houdt vrouwen gevangen in hun huwelijk

Een Nederlandse shariaraad is goed voor moslimvrouwen, zeggen de voorstanders. Daar is niets van waar. Zo’n raad geeft mannen juist alle macht, betoogt Shirin Musa.

De invoering van een shariaraad door de moslimgemeenschap in Nederland, zoals aangeraden door de Britse sjeik Haitham al-Haddad, is een slecht idee. Er is een wezenlijk verschil tussen een shariaraad en joodse en katholieke rechtbanken: de sharia kent geen scheiding tussen kerk en staat. Moslimvrouwen zitten niet alleen gevangen in het religieuze huwelijk en hun sociale omgeving, maar vallen ook onder een omvangrijke, internationale islamitische jurisdictie die geen betekenis heeft in Nederland, maar wel in de islamitische landen waar zij of hun man vandaan komen. Bij deze vrouwen zal er dus ook geen sprake zijn van vrijwillige onderwerping aan een shariaraad, zoals Maurits Berger en Folkert Jensma vorige maand stelden in deze krant.

Neem het voorbeeld van een Nederlandse vrouw die tevens de Iraanse nationaliteit heeft, maar die burgerlijk en religieus is gehuwd in Nederland. Haar Nederlandse burgerlijk huwelijk is ontbonden, maar zij is nog steeds religieus getrouwd, omdat haar man weigert van haar te scheiden. Het religieuze huwelijk kan alleen worden ontbonden door de verschijning en medewerking van haar man bij een imam, in aanwezigheid van twee getuigen. De uitspraak en beschikking van deze imam in Nederland heeft juridische doorwerking in Iran en andere islamitische landen waar het familierecht door de sharia wordt bepaald.

Zonder religieuze scheiding kan zij, als een soort gevangen vrouw, nimmer haar Iraanse paspoort verlengen zonder de handtekening van haar man en zo nooit haar man nareizen als haar kinderen worden ontvoerd, of als haar moeder op sterven ligt. Een gehuwde Iraanse vrouw mag zelfs überhaupt niet reizen zonder toestemming van haar man. Als ze ervoor kiest om zonder religieuze scheiding te hertrouwen en officieel te breken met haar geloof, wordt zij ter dood veroordeeld.

Ze kan de civiele rechter verzoeken haar man mee te laten werken aan een religieuze scheiding, op straffe van een dwangsom of lijfsdwang. Dit is veel wenselijker dan een islamitische rechtbank, waar de positie van de vrouw zeer zwak is. Strafrechtelijke vervolging van de weigerende man die zijn vrouw willens en wetens in gevaar brengt, is een goede manier om de zwakke rechtspositie van de moslimvrouw te verbeteren.

De oplossing voor huwelijkse gevangenschap moeten we dus zoeken in het Nederlandse recht en niet in een nieuwe shariaraad met mannen als Al-Haddad als voorzitter. Door te shoppen in het islamitische recht kunnen weigerende mannen de vrouw een scheiding ontzeggen en ook hun rechten afdwingen bij onze burgerlijke rechter. De man kan wel verder met zijn leven en kan naar Nederlands en islamitisch recht hertrouwen. Ondertussen blijft hij macht houden over zijn eerste vrouw. Vertaald naar het Nederlands noemen wij dit: het seksueel opeisen van de vrouw.

Moslimvrouwen voelen zich vaak slecht en ongelijk behandeld door de Islamic Sharia Councils in Engeland. Bijna nooit spreekt de Council een faksh (vernietiging van het huwelijk) of tatliq (gerechtelijke verstoting) uit – vrouwvriendelijke vormen van echtscheiding. De Council weet alleen de verstoting aan te bevelen, die door de vrouw financieel moet worden gecompenseerd.

Joodse en katholieke rechtbanken behandelen strikt religieuze huwelijken en zullen nimmer de vrouw dwingen om bijvoorbeeld geldsommen te betalen aan de man of afstand te doen van de kinderen. Aan polygamie werken deze rechtbanken evenmin mee. Joodse en katholieke vrouwen kunnen niet in een moslimland worden vervolgd voor overspel in Nederland; moslimvrouwen wel. Joodse en katholieke religieuze gezagsdragers sluiten geen religieuze huwelijken voorafgaand aan een burgerlijk huwelijk of huwelijken met minderjarigen, maar houden zich aan de Nederlandse wet; moslims vaak niet.

Voor een scheiding is geen shariaraad nodig, alleen een imam. Onder moslimvrouwen bestaat grote behoefte aan ontbinding van het huwelijk naar islamitisch recht. Dit is iets anders dan het pleidooi voor een shariaraad. Een shariaraad houdt de culturele, religieuze en juridische rechtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand. Deze ongelijkheid is in strijd met fundamentele rechten als het gelijkheidsbeginsel, recht op een gelijke toegang tot huwelijksontbinding en het recht op een fair trial. Ik bepleit liberté, égalité en équité, voor iedereen.

Shirin Musa is verbonden aan de stichting Femmes for Freedom, die opkomt voor vrouwen die de nare gevolgen ondervinden van allerlei vormen van huwelijkse gevangenschap en voor vrouwenrechten.