Saoediërs vrezen nieuw Egypte

De nieuwe Egyptische president is op bezoek in Saoedi-Arabië. De Saoedische monarchie is geen vriend van de Moslimbroederschap waarvan hij deel uitmaakt.

In het Westen wordt de Moslimbroederschap vaak als bedreiging gezien, maar misschien nog bezorgder beziet Saoedi-Arabië de huidige uitbreiding van haar macht en invloed. Het politiek activisme van de Broederschap is niets voor de Saoediërs. En nu is een Moslimbroeder president van Egypte.

De nieuwe Egyptische president, Mohammed Morsi, arriveerde gisteren voor een kleine pelgrimstocht in Mekka en een goed gesprek in Jeddah. Niet voor niets is Saoedi-Arabië Morsi’s eerste buitenlandse reisdoel als president. Hij kent de gevoeligheden, en de kwakkelende Egyptische economie heeft dringend extra Saoedische investeringen nodig.

Voor zijn vertrek onderstreepte Morsi in een verklaring de „historische en diepgewortelde” relaties tussen beide landen, die „de tand des tijds hebben weerstaan”.

Dat was zeker zo onder de vorig jaar februari afgezette president Hosni Mubarak. De Saoedische koning Abdullah voerde samen met Mubarak en de Jordaanse koning Abdullah II het Arabische front tegen het gevreesde Iran aan. Maar Mubarak was een verklaard tegenstander van de Moslimbroederschap, die onder zijn bewind was verboden. Tijdens de opstand in Egypte liet het Saoedische koningshuis publiekelijk zijn grote ongenoegen blijken over de Amerikaanse druk op Mubarak om zo snel mogelijk af te treden.

Een president uit de Moslimbroederschap is een heel ander verhaal voor de Saoediërs. De Saoedische monarchie wantrouwt de fundamentalistische organisatie als een directe bedreiging van haar voortbestaan.

Het Saoedische systeem is gefundeerd op een machtsdeling tussen het koningshuis, dat verantwoordelijk is voor het politieke domein, en de ultraconservatieve wahabitische geestelijkheid, die de vrije hand heeft in religieuze zaken en in ruil daarvoor gehoorzaamheid aan de heerser predikt.

Dit eeuwenoude verbond heeft tot dusverre in grote lijnen intact overleefd. De politieke leider, de koning, is nog steeds zo goed als onschendbaar. Je kunt wel hervormingen vragen en soms krijgen in Saoedi-Arabië, zoals grotere vrijheid van meningsuiting of zelfs meer rechten voor vrouwen. Maar wie de term constitutionele monarchie (laat staan republiek) bezigt en dus een fundamentele inperking van de macht van de koning eist, gaat onverbiddelijk de gevangenis in.

De Moslimbroederschap daarentegen werd in 1928 in Egypte geboren als een religieus-politieke en sociale hervormingsbeweging tegen de maatschappelijke verloedering onder Europese koloniale bezetters. In zekere zin is haar ideologie een huwelijk van modern westers politiek denken en de fundamentalistische islam. Oppositie tegen de heerser zit haar in het bloed (hoewel de Palestijnse tak Hamas bewijst dat Moslimbroeders eenmaal aan het bewind ook snel autoritaire neigingen kunnen krijgen). Met haar sociale voorzieningen heeft ze grote aantrekkingskracht op door hun leiders onderdrukte en verwaarloosde bevolkingen.

De Arabische opstanden wierpen de Moslimbroederschap en verwante organisaties vorig jaar de kans in de schoot ook buiten de kleine Gazastrook aan de macht te komen. In Tunesië en Egypte waren liberale jongeren de aanjagers van de massaprotesten tegen hun corrupte, repressieve leiders. De fundamentalisten keken aanvankelijk toe maar voegden zich bij de opstand toen die doorzette.

Vervolgens wonnen ze met overmacht de eerste vrije verkiezingen in Tunesië en Egypte (en verkiezingen in het niet-revolutionaire Marokko). Alleen in het tribale Libië hebben ze volgens zeer voorlopige uitslagen niet de overhand gekregen.

De Saoedische leiders zijn als de dood dat de opstandige ideeën van de Broederschap zich nog verder over de Arabische wereld uitbreiden. Tegelijk hebben ze Egypte nodig in de coalitie tegen Iran. Het Iraanse leiderschap werft om Morsi’s hand en er zijn tekenen dat hij in elk geval minder vijandig jegens Teheran staat dan Mubarak. De Saoediërs hebben wel wat troeven achter de hand, zoals de oliemiljarden die Egypte nodig heeft. Iran, dat langzaam wordt verstikt door westerse sancties, heeft financieel niets te bieden. Daarnaast houdt het Egyptische leger voorlopig de Broederschap in toom.

De Saoedische leiders staan niet alleen in hun bezorgdheid over de plannen van de Moslimbroederschap. Dat bleek wel uit het feit dat de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Arabische Emiraten, sjeik Abdullah bin Zayed al-Nahayan, het nodig vond Morsi’s belofte te onderstrepen „zich niet te bemoeien met de zaken van anderen en niet de revolutie te exporteren” die hem aan de macht bracht.