Raad van State negatief over afslanking parlement

De Raad van State oordeelt negatief over het kabinetsplan om de Eerste en Tweede Kamer in te krimpen. Het kabinet-Rutte vindt dat de Staten-Generaal met eenderde minder volksvertegenwoordigers toe kan: de Eerste Kamer met 50 in plaats van 75 zetels, de Tweede Kamer met 100 in plaats van 150.

De Raad van State heeft zijn vraagtekens bij zo’n inkrimping, zeggen bronnen rond het kabinet. Het aantal wetsvoorstellen is afgelopen jaren gestegen, waardoor het volgens de Raad van State onlogisch zou zijn het aantal volksvertegenwoordigers dat die wetten kritisch moet bekijken, te verminderen. Het advies wordt pas openbaar als het kabinet het voorstel naar de Tweede Kamer stuurt.

Het wetsvoorstel zou komende vrijdag op de agenda staan, tijdens de laatste ministerraad voor het reces. Premier Rutte zei eind mei dat hij als doel had het plan nog voor het zomerreces bij de Kamer in te dienen. Dat kwam hem toen vooral van de kleine partijen op kritiek te staan.

Arie Slob, leider van de ChristenUnie, zei in dat debat dat hij het als provocatie zou beschouwen als Rutte dit plan zou doorzetten. Omdat het juist de kleine partijen waren die het kabinet te hulp waren geschoten met het Lenteakkoord: „Laat dit soort zeer beladen en uiterst controversiële onderwerpen nu maar gewoon eventjes in de bureauladen van het kabinet liggen”, adviseerde Slob.

Het was minister Donner van Binnenlandse Zaken die het voorstel over een kleiner parlement een jaar geleden naar de Raad van State stuurde – diezelfde Donner is daar nu vicepresident. Maar een dubbelrol heeft hij niet gespeeld, zegt een woordvoerder van de Raad van State: „Ons advies is op 28 november naar het ministerie teruggegaan, en het kabinetsbesluit dat Donner vicepresident zou worden, viel pas in december.” De kans dat de inkrimping er werkelijk van komt, is klein. Omdat een wijziging van de Grondwet nodig is, moet ook een volgende Kamer er in meerderheid voor zijn.