Nationale Politie is grote stap

De goedkeuring van de Nationale Politie door de senaat deze week, is er een op krediet. Het demissionaire kabinet kocht de kritiek af met de belofte van een ‘reparatiewet’. Die gaat niet over details, maar over kwesties van hiërarchie en beheer. Een zwakke start, met risico’s.

Dat doet niet af aan het staatkundige belang van deze monumentale beslissing. Na decennia discussie over een lokale of nationale politieorganisatie is de kogel door de kerk. De nieuwe politie is vanaf 1 januari een rijksdienst, bestuurd door Justitie onder eenhoofdige leiding.

Daarmee wordt een historische ontwikkeling naar meer samenwerking voltooid met een fusie. Het klassieke decentrale model waarin iedere burgemeester een eigen brandweer en politiekorps had, is nu voorbij. Als we tenminste de twintigduizend stadswachten en andere gemeentelijke ‘handhavers’ in diverse uniformen buiten beschouwing laten. Pessimisten zien er een terugtrekking in van de politie uit de wijken en steden. Optimisten hopen op een politie met power, die ‘van wijk tot wereld’ kan optreden, en toegesneden is op een virtuele samenleving waarin criminaliteit zich niet meer aan grenzen houdt.

De hele rechtspleging zal in één keer vernieuwd worden. De rechterlijke macht, het parket, de balie – er komt een ongekende reorganisatie op gang, die neerkomt op schaalvergroting.

De rechtspleging moet de komende jaren bovendien fiks goedkoper gaan werken. Dit wordt dus ook een herijking van de rechtspraktijk op kosten, snelheid en eenvoud. De rechtspleging is nu te complex, te duur en lost te weinig op. Of schaalvergroting tot betere kwaliteit en meer flexibiliteit zal leiden, moet nog blijken. De noodzaak daarvoor bestaat zeker. De rechtspraak loopt soms achter bij de gespecialiseerde advocatuur, heeft moeite om de mediasamenleving bij te houden en verliest gezag. De advocatuur heeft een toezichtsprobleem, vooral in kleinere arrondissementen. Schaalvergroting kan hier helpen. Minister Opstelten (Justitie, VVD) wekt hoge verwachtingen: meer veiligheid, betere samenwerking, minder bureaucratie. Dat moet wel worden waargemaakt. Bestuur en wetenschap zijn intussen bezorgd. Daar zien velen een diffuus bestel, beperkt controleerbaar, met onheldere bevoegdheden. De democratische controle, de binding met de buurt en de zeggenschap van de burgemeester zijn matig geregeld. In de praktijk zal blijken hoe snel de stadswachten uitgroeien tot de nieuwe gemeentepolitie.