Mini en Maxime

‘Ze zeggen dat je in columns op de bal moet spelen, en niet op man”, zei Gerrit Komrij ergens backstage eens tegen me. „Niets daarvan. Eérst die vent die die onzin verkóndigt aanpakken!” Gebalde vuist, brede glunderlach.

Ik heb zijn raad nooit opgevolgd. Ik mis zijn briljante geest die het op onschuldige ironie kon laten lijken, waardoor het des te harder aankwam. Nu maak ik een uitzonderling.

Voor Maxime Verhagen. Die eigenpijperige kwebbelkont twitterde dat alle puzzelstukjes voor de redding van NedCar er waren, en hij ging slechts ‘helpen ze in elkaar te schuiven.’ (Misschien wordt het wel BMW, fluisterde het).

Zijn bescheidenheid kent geen grenzen. Nog net voor het zomerreces redde Maxime met z’n eigen handen de auto-industrie, en heel Limburg erbij. Eerst hadden ze daar de mijnen; dat ging mis. Toen ging NedCar er DAF’s maken, en Volvo’s en Mitsubishi’s; dat ging ook mis. Wat Victor Muller met Saab niet lukte, lukte Maxime wel, en zelfs met een stoerder merk. (Is het BMW?).

En ja, daar was het. Officieel. Jeminee, het is BMW!

Hoor ze beloftevol grommen in Born, die vijfcilindermotors met hun diepdonkere resonantie. Tietstrak staal, testosteron op 18 inch velgen van titanium. Met de wegligging van een knoertharde erectie. Jeminee, het is BMW…

… Mini. Wat? Ja, we gaan de BMW Mini maken. De Mini? De tutmobiel voor kwebbelbimbo’s en pretnichten, de bedrijfsscooter voor kapsalons en callgirls. De Mini Cooper! Wat de latte in de horeca is, dat is de Mini Cooper op de weg.

Toegegeven, ik overdrijf. Ik geef geen klap om auto’s en u rijdt maar waar u in rijden wilt. Het gaat me om het beeld. Maxime geeft ons de Mini als groots gebaar. Wat zeg ik, als zijn laatste politieke gebaar. Born teruggeven aan de Borners. Dat wil zeggen: het in Duitse handen geven, die beslissen dat de inwoners er over twee jaar hun speelgoed mogen schroeven. Wij zijn Duitslands mopje. Maar Maxime schoof het in elkaar.

Zoiets wilde ik schrijven maar dan harder, wat niet lukt.

Ik mis zijn briljante geest.