Meneer Jos was wél leuk

Er is nog altijd een lerarentekort. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap werft ‘zij-instromers’ met de leus ‘Je groeit in het onderwijs’. Ik ken er inmiddels drie die daar zijn ingetrapt. Die ben je dan kwijt als vriend, want na de overstap is er geen normaal gesprek meer mee te voeren.

Een goede vriend besloot, aangemoedigd door zijn vriendin, dat hij ‘meer voldoening’ uit het werk wilde halen. Hij begon aan de deeltijd Pabo. Achteraf bezien had hij toen al moeten weten dat hij de verkeerde afslag had genomen, als enige man tussen een groepje bloedfanatieke vrouwen voor wie ‘de opleiding’ een laatste kans op levensgeluk was. Ze belden hem op het werk over ‘de opdrachten’, want alles gebeurde in groepjes en als ze voor een opdracht minder dan een ‘goed’ kregen zouden ze hem dat nooit vergeven.

Hij: „Ik zat met vouwblaadjes in de kantine.”

Ik was uitgenodigd bij zijn afstuderen.

Dat was een slopende bijeenkomst met individuele praatjes voor 57 kersverse onderwijzers, het idealisme spatte er af.

Tegen mijn vriend werd gezegd: „Het gebeurt niet vaak dat we een man van bijna veertig afleveren! Wij denken dat het didactisch wel in orde komt, al had je in het laatste blok moeite met ‘Mens & Wereld’. Blijf bijspijkeren! Ik denk dat veel scholen zich dan de vingers aflikken met zo’n meester!”

De toespraak bleef lang hangen, ik noteerde voor de zekerheid de naam van de spreker.

Han Rutgers, voor al uw feesten en partijen.

Dat met dat aflikken van de vingers bleek mee te vallen. De leeftijd was ondanks alle omschoolcampagnes een probleem. Uiteindelijk kon hij voor meneer Jos invallen bij een basisschool in de buurt.

Het lesgeven viel tegen.

Acht uur praten op een dag was toch wat lang, en groep zes bleek lastig, meneer Jos was niet voor niets overspannen. Lawaai in de klas gaf gedoe met collega’s, nooit te beroerd om je een hele pauze uit te leggen hoe zij de boel didactisch wel voor elkaar hadden.

Uiteindelijk kreeg hij zijn klas onder controle.

Had-ie de vijand uitgeschakeld bleken er – net als in een computerspel – nog twee vijanden te zijn, en nog veel gevaarlijker en geniepiger ook: de ouders en de collega’s.

Er was een boze moeder.

Haar zoon zei:

Bij meneer Jos was het veel rustiger in de klas.

Bij meneer Jos werd meer geleerd.

Bij meneer Jos was het wel leuk.

Ze vond een luisterend oor bij de nieuwe directrice, een vrouw vastbesloten om schoon schip te maken. In al haar wijsheid besloot ze alle ouders te benaderen met de vraag of er nog meer klachten over mijn vriend waren. Als je ze vraagt om te klagen, dan klagen ze. Om een lang verhaal kort te maken: dat jaarcontract werd niet verlengd.

Reden: ‘Geen typische schoolmeester’.

We, zijn vrienden, constateerden wallen onder de ogen. En dat hij op zijn eigen verjaardag plotseling met zijn hoofd onder de tafel op het terras dook was natuurlijk ook niet normaal.

„Sorry, ik dacht dat ik ouders zag.”