Mega

Het dorp Grubbenvorst, voorheen vooral bekend door zijn grappige naam en de lekkere asperges die ervandaan komen, is nu in het nieuws vanwege een megastal. Die wordt gesubsidieerd en dat had niet gemoeten, daar komt het op neer. Het is met superlatieven net als met scheermesjes Megastal. Het blijft een raar woord. Eind vorige eeuw

Het dorp Grubbenvorst, voorheen vooral bekend door zijn grappige naam en de lekkere asperges die ervandaan komen, is nu in het nieuws vanwege een megastal. Die wordt gesubsidieerd en dat had niet gemoeten, daar komt het op neer.

Het is met superlatieven net als met scheermesjes

Megastal. Het blijft een raar woord. Eind vorige eeuw waren er corps-achtige meisjes die het voorvoegsel ‘mega’ met enthousiasme gebruikten. „Het was een mega-gaaf feest, ik heb nog gekotst in het bed van de praeses,” zei zo’n meisje met glimmende ogen. Er waren ook mensen die ‘mega’ als apart woord gebruikten, als blijk van waardering. („Ik ga abseilen in Nepal.” „Echt? Mega.”)

Maar deze positieve vormen van ‘mega’ zijn inmiddels wel zo’n beetje uitgestorven. Wie nu mega gebruikt, heeft het bijna altijd over iets bedreigends. Als er in een reclame over ‘mega-voordeel’ wordt geschreeuwd, is dat weliswaar positief bedoeld, maar je wordt er wel bang van.

Het woord ‘super’ heeft daarentegen nooit een negatieve connotatie gekregen. Verre van. Stel je voor dat een uitzonderlijk grote stal een superstal had geheten. Dat klinkt eigenlijk wel gezellig, een beetje zoals supermarkt. Wie wil benadrukken dat een stal met een miljoen kippen erin eng is, bediene zich dus liever van het woord ‘mega’.

Maar eerlijk is eerlijk; ook het woord megastal is wat gewoontjes geworden. Het klinkt niet zo groot meer – en daarbij worden de megastallen ook groter dan ze al waren. Daarom wordt naarstig gezocht naar een superlatief. Ik hoorde al voorbij komen: ‘super-megastal’ en ‘giga-stal’.

Het is met superlatieven net als met scheermesjes. Ooit werd er bedacht dat twee scheermesjes voor een gladder resultaat zorgden dan één. Toen kwamen er drie scheermesjes, daarna vier – inmiddels is het normaal om een scheermes met vijf mesjes erin te kopen. Je zou denken: maak nou in een keer een blok met achthonderd scheermesjes, dan zijn we voor een tijdje klaar.

Maar zo werkt het niet – schaalvergroting gaat in kleine stapjes. Niet alleen scheermessen en stallen worden gestadig groter, ook de woorden waarmee we ze aanduiden. Het wachten is op de ultrastal. En dan de super-ultra-megastal.

Het grootste getal waar een naam aan is gegeven, is een één met honderd nullen. Dat getal heet googol. Een voorspelling: als alle supervoorvoegsels zijn uitgewerkt, zullen we googol gaan gebruiken. Wen er maar vast aan: een googolstal met drie miljard zielige kippen.