Laat Mike nou gewoon dansen

Voor de vrouwelijke kijkers is de magie van Magic Mike pikant, verleidelijk naakt. En niet die serieuze intermezzo’s – dan haken ze af.

Ze weten waarvoor ze komen, en hun stemming past erbij. Ze zijn giechelig. Ze dragen sandalen met sleehakken en voile blouses die voldoende frisse lucht doorlaten – buiten is het benauwd, en binnen zal de temperatuur nog verder stijgen. Ze nippen aan hun gratis glas prosecco en stiften op het toilet hun monden bij.

„Meid, laat toch zitten”, giert er eentje over de schouder van een ander. „Er zijn hier toch geen mannen?”

„Jawel hoor!” Ze stift stug verder. „Ik zag er eentje.”

„Daar heb je niks aan”, luidt het antwoord. ,,Die speelt voor het andere team.”

De man in kwestie, een slanke blonde in wit overhemd, vertegenwoordigt op deze Ladies Night in Noordwijk de tweede doelgroep van Magic Mike, de nieuwe film van Steven Soderbergh: homoseksuele mannen. Magic Mike gaat over mannelijke strippers en bevat veel, heel veel smakelijke lijven.

Net als vrouwen zijn homo’s wat blootgluren betreft een tot op heden ernstig gediscrimineerde groep. Bodybuilding, sterke mannen die op de kermis in een strakke maillot met hun spieren rolden: dat gaat terug tot eind vorige eeuw. En in Hollywoodfilms werden seksbommen als Jane Russel of Jayne Mansfield in de jaren vijftig soms omringd door roedels dansende mannen met ontbloot bovenlijf. Maar professionele mannelijke strippers, zowel hetero als gay, volgden pas medio jaren zeventig, in het kielzog van feminisme en seksuele revolutie. In de jaren tachtig was het tijdelijk een rage: toerende stripperrevues als de Chippendales deden goede zaken.

Maar voor vrouwen blijft het incidenteel, een heel bijzonder avondje uit. Niet de semi-industriële routine van strip- en paaldansclubs voor mannen. Uiteraard kwamen wij heus wel aan onze trekken (bij winnaars van voetbal- en tenniswedstrijden, bij reclames voor Coca-Cola Light en Axe-deodorant, of eventueel bij porno), maar er kleefde nog iets ondergronds, iets illegaals aan onze versie van wat voor mannen overal verkrijgbaar is: pikant, verleidelijk naakt. En daar draait Magic Mike om.

Trilbillen, stierennekken, grijparmen van staal, torso’s met hele landschappen van spiergroepen erin gekerfd – wat een weelde! En dan die draaiende, schokkende heupen van hoofdpersoon Mike (Channing Tatum, die ook in het echt zijn brood tijdelijk als stripper verdiend heeft)! Elvis zou subiet bij hem in de leer gaan, als hij nog leefde.

Voilà de magie van Magic Mike. Aangezien we vanavond toch onder ons zijn en niet, zoals de vrouwen in de film, hoeven te vrezen dat er opeens echt een in leren string verpakte kerel op onze schoot belandt, genieten wij met gerust hart van de show. In de pauze wordt er gekozen: welke wil jij? Mike krijgt de meeste stemmen, gevolgd door de boertige Adam ‘The Kid’ (Alex Pettyfer) en de Cubaanse hunk Tito (Adam Rodriguez). Matthew McConaughey speelt zijn rol van clubeigenaar Dallas met zoveel verve en zelfspot dat hij zelfs in een zwarte heupslip met badmuts (zijn repetitiekostuum) respect afdwingt. Maar mee naar huis nemen? Nee, dat toch liever niet.

Vrolijk keren we terug voor meer, maar in de tweede helft van de film verandert er iets. Misschien omdat Soderbergh zijn beoogde publiek niet wilde beledigen, of omdat hij anders geen geldschieters meekreeg – hoe dan ook, een mannelijke versie van Flashdance (1983) of Showgirls (1995) was hem niet genoeg. Behalve een reeks stoute dansnummers met opzwepende soundtrack (samengesteld door Frankie Pine, de vrouw die ook Soderberghs Ocean-trilogie z’n vaart gaf) is Magic Mike daarom óók een coming-of-agedrama, een romcom én een pleidooi tegen hebzucht en drugsgebruik. Maar juist tijdens die serieuze intermezzo’s haken wij een beetje af.

Mike valt in een bescheiden filmtraditie van mannen met een hoerig beroep die daar eigenlijk te slim of te gevoelig voor zijn: Richard Gere in American Gigolo (1980), River Phoenix en Keanu Reeves in My Own Private Idaho (1992), Dermot Mulroney in The Wedding Date (2005). Behalve heupen heeft Mike namelijk een hart. Zijn redding komt in de gestalte van Brooke (Cody Horn), een serieuze, nuchtere medisch secretaresse met een pruilmond die niets van striptease wil weten. Mike is meteen aan haar verslaafd – Brooke is zijn geweten, zijn moeder, zijn hoedster. In plaats van haar te berijden, zoals de schaapachtige studentes uit het dispuutshuis waar hij samen met The Kid een ‘politie-inval’ doet, nodigt hij Brooke schutterig uit om te ontbijten, een keertje.

Als Brooke het personage is waarmee wij ons dienen te identificeren, dan loopt Soderbergh drie passen op ons achter – wat een saaie vrouw. Van haar moet Mike zijn ‘vampierenleven’ opgeven en meubelmaker worden, in plaats van Dallas en zijn stripmaten uit club Xquisite te volgen naar een groot nieuw clubpand in Miami. Van ons mag Mike eeuwig blijven dansen, zoals Tony in Saturday Night Fever. Deze capitulatie voor het burgerbestaan hebben we al veel te vaak gezien, in ontelbare romcoms over gevallen meisjes met wie het toch nog goed komt. Het ontbreekt nog net aan ‘Here Comes The Groom’ bij de aftiteling.