Het reputatie-risico

Hij is niet zozeer bang dat de bankiers die hij ondervraagt hem voorliegen, zegt hij. Hij is veeleer bang dat ze zichzelf voorliegen: „De echte dreiging is dat het senior management zelf de risico’s niet overziet, hetzij omdat niemand ze ziet of omdat bepaalde mensen de risico’s verbergen voor hun bazen.” Mensen managen niet hun

Hij is niet zozeer bang dat de bankiers die hij ondervraagt hem voorliegen, zegt hij. Hij is veeleer bang dat ze zichzelf voorliegen: „De echte dreiging is dat het senior management zelf de risico’s niet overziet, hetzij omdat niemand ze ziet of omdat bepaalde mensen de risico’s verbergen voor hun bazen.”

Mensen managen niet hun bank. Ze managen hun carrière

Al bijna een jaar hoopte ik op een interview met iemand bij de Financial Services Authority (FSA), de toezichthouder van de financiële sector in Londen. Daar zitten we dan. Hij is een zachtaardig ogende en rustig formulerende man van midden dertig. Hij werkte ooit voor een grote bank, raakte gedesillusioneerd en liep over naar de andere kant. Zijn team volgt één Britse bank. Dat betekent het hele jaar door inspecties uitvoeren, management ondervragen en risicomodellen en businessplannen doorlichten.

Wat ziet hij wel en buitenstaanders niet? „Mensen managen niet hun bank. Ze managen hun carrière.” In banken heerst een angstcultuur, vervolgt hij: „Als er iets misgaat, volgen verwoestende blame games. Als jij eenmaal geldt als golden boy, dan komt het erop aan geen missers te maken. Je staat op de roltrap naar de top. Het laatste wat je dan wil is jezelf associëren met riskante beslissingen.”

Hij analyseert het zonder bitterheid. Over de aard van banken: „Ze zijn a-moreel. Moraal speelt simpelweg geen rol in het besluitvormingsproces. Voor bankiers zijn beslissingen niet fout of slecht, maar een ‘reputatie-risico’. Steriliserend taalgebruik. In mijn tijd bij de bank zagen ze je als een buitenaards wezen wanneer je morele argumenten gebruikte.”

De paradox of contradictie van het kapitalisme, zegt hij, is dat het zichzelf opheft. De bancaire sector „consolideert almaar verder in minder en minder banken die als een kartel onderling de markt verdelen.” En zodra je dat kartel dreigt open te breken, dreigen de banken met vertrek. „Regulatory arbitrage noemen ze dat – nou, is dat geen prachtige steriliserende term? Het betekent dat je het ene land of regio uitspeelt tegen het andere, op zoek naar de minst gereguleerde plek. De meeste banken hebben duizenden ‘corporate entities’, verspreid over tientallen landen. Ze hoeven slechts een transactie in een andere ‘entity’ te boeken en het vindt niet langer plaats in het Verenigd Koninkrijk.”

Mensen zoals hij worden voortdurend benaderd. „Je hoeft niet te solliciteren of zo. Een recruiter krijgt je cv te pakken en doet je aanbiedingen namens een bank. Logisch natuurlijk. Ik weet precies hoe toezichthouders werken en wat ze van banken willen. Ik weet hoe bar het moet zijn voordat we banken aanpakken, en dan weet ik ook nog precies wat er in dat laatste geval gebeurt.”

Banken bieden veel geld. „We verliezen sommige mensen, en houden anderen vast. Het is een ware karaktertest: kun jij nee zeggen tegen vier of vijf keer je huidige salaris? Denk aan het schoolgeld en de huizenprijzen in Londen. Met deze baan heb ik bewust gekozen voor een aanzienlijk bescheidener levensstandaard.”

Hij wil bij de FSA blijven, David tegen Goliath: „De banken zullen altijd meer middelen hebben. Er werken ongeveer een miljoen mensen bij financiële instellingen in het Verenigd Koninkrijk. De FSA heeft 4200 mensen in dienst. Niet echt een-op-een mandekking, toch?”