Column

Het moderne beleggen: nu nóg minder efficient!

We zijn er al hardhandig achter gekomen: de efficiënte markthypothese is aan een ernstige revisie toe, of is al onherstelbaar beschadigd. Het idee dat alle informatie altijd in de prijzen is verwerkt kreeg een fatale klap door de kredietcrisis, na eerder al ernstig gewond te zijn geraakt tijdens de dotcom-zepbel. Dat geldt ook voor de voorspelbare, en dus berekenbare verhouding tussen risico en rendement. Te mooi om waar te zijn. Harry Markowitz won er in 1990 een Nobelprijs mee, maar Markowitz blijkt even jaren tachtig als Tom Wolfes Bonfire of the Vanities: een fraaie afspiegeling van een tijd waarin de opkomst van de moderne financiële sector nog alleen als een spannende en opwindende ontwikkeling werd gezien.

Tijd voor een nieuwe klap? Gisteren publiceerden David Lucca en Emanuel Moench, twee economen van de Federal Reserve Bank van New York, een artikel waarin ze een eerdere publicatie presenteerden aan het grote publiek. Het gaat over de ontwikkeling van de Amerikaanse aandelenkoersen rond beleidsvergaderingen van de Amerikaanse centrale bank. Er zijn acht vergaderingen per jaar.

De twee deden een zeer opmerkelijke vondst. In de drie dagen rond zo’n vergadering, dus de dag ervoor, de dag zelf en de dag erna, stijgen de koersen van aandelen bovengemiddeld. De toename is geconcentreerd in de 24 uur vóór de vergadering, waarin hij 0,33 procent bedraagt. Nog opmerkelijker was hun onderzoek naar alle andere perioden van drie dagen, uitgezonderd de vergaderperioden. Daarin stegen de aandelenkoersen per saldo namelijk niet (0,01 procent in de 24 uursperiodes).

Conclusie: tachtig procent van de totale koerswinst op de effectenbeurs sinds 1994 is behaald in de korte aanloop naar Fed-vergaderingen! De S&P-500 index inclusief de Fed-vergaderingen (de normale koersindex dus) ging van rond de 450 punten in 1994 naar boven de 1.300 punten nu. De S&P-index zónder Fed-dagen zou zijn blijven steken op 600 punten.

Is het dus lonend om alleen in aandelen te beleggen rond Fed-vergaderingen? In theorie wel, al moet rekening worden gehouden met aan- en verkoopkosten. Zijn die hoog, dan verdampt het voordeel en kan je beter belegd blijven. Maar die kosten zijn juist flink gedaald, zodat het door de tijd heen rendabeler moet zijn geworden om de vergaderstrategie te volgen. Als je het wist.

Er zijn meer van dit soort fenomen. Ronald Doeswijk, hoofd strategie van Robeco, was zo vriendelijk te wijzen op het turn-of-the-month effect. Een onderzoek van de economen Wei Xu en John McConell uit 2006 wees uit dat in de periode tussen 1897 en 2005 (en ook de modernere periode 1987-2005) alle koerswinst op de beurs statistisch plaatsvond op de laatste vier handelsdagen dagen van de elke maand. Dus niet op de overige zestien dagen. Het maakt niet uit wat voor soort aandelen het betreft of welke tijd van het jaar.

Naar de reden achter dit soort fenomenen blijft het gissen, ook door de onderzoekers zelf. De vraag blijft waarom deze verschijnselen niet al lang zijn ‘weggearbitreerd’. Want kennelijk is dat niet gebeurd.

Dat leidt weer tot een interessant raadsel. Nu de hele wereld sinds gisteren het vergadereffect kent, ebt het dan vanaf nu weg, of wordt het alleen maar sterker? Voer voor gedragseconomen, die de laatste jaren steeds meer Nobelprijzen incasseren. Ook al geen toeval, trouwens.