Geen volk in de volksvertegenwoordiging

Alle partijen hebben hun kandidatenlijsten gepubliceerd. In hoeverre zijn de toekomstige leden van de Tweede Kamer een afspiegeling van de samenleving? nrc.next zocht het uit.

Het verhaal gaat dat hij ’s ochtends nog in de familiebanketbakkerij in Amsterdam werkte en pas ’s middags naar Den Haag afreisde voor zijn beëdiging tot Kamerlid – in spijkerpak en zonder stropdas. Jan Schaefer werd in 1971 in één klap een prominent politicus toen hij namens de PvdA plaatsnam in de Tweede Kamer. Een man van het volk, met een zwaar Amsterdams accent, tussen keurige Kamerleden.

Ze zijn zeldzaam geworden, dit soort vrijbuiters. Vrijwel niemand belandt meer zonder fatsoenlijke opleiding en politieke ervaring in de Tweede Kamer. Dat blijkt uit een analyse van deze krant, die de meest kansrijke kandidaten voor de nieuwe Tweede Kamer heeft onderzocht. Alle kandidatenlijsten voor de verkiezingen op 12 september zijn (op 50Plus na) sinds afgelopen weekend definitief.

De contouren van de nieuwe Kamer zijn nu aardig te schetsen. De conclusie: wie in Nederland een politicus de hand schudt, treft meestal een blanke man, in de veertig, met een afgeronde universitaire opleiding en met politieke ervaring. Ondernemers? Verpleegsters? Lageropgeleiden? Nauwelijks op de lijsten te vinden.

Sinds de jaren zeventig luidt de kritiek dat de Tweede Kamer is oververtegenwoordigd door beroepspolitici en ambtenaren. Eind vorig jaar bij de presentatie van het parlementaire jaarboek 2011 zei toenmalig Kamervoorzitter Gerdi Verbeet nog dat „de volksvertegenwoordiging een redelijke afspiegeling moet zijn van de samenleving”. Ze riep partijen op bij kandidaatstelling niet alleen te letten op het opleidingsniveau, maar ook te kijken naar mensen met veel levenservaring. Verbeet: „Het zou meer mensen het gevoel kunnen geven dat het parlement er niet alleen voor hen is, maar ook van hen is.”

Tevergeefs, zo blijkt nu. „We hebben het geprobeerd”, zei PvdA-leider Diederik Samsom afgelopen zaterdag in Trouw. „Het is ook beter gelukt dan anders, maar nog lang niet goed genoeg. De politiek vergt iets van mensen waar lager opgeleiden zich niet echt door voelen aangesproken.”

De lichting 2012 bestaat uit veel hoger opgeleiden, meestal met een afgeronde universitaire opleiding. Zelfs bij de SP, de ‘partij van de straat’, heeft bijna 80 procent een universitaire studie gedaan. Bij de PVV, dat veel lageropgeleide kiezers trekt, is dat ongeveer de helft – en dan is er ook nog een handjevol hbo’ers.

Wat telt om op een kansrijke plek op de lijst te komen, is politieke ervaring. Een carrière in de partij – als gemeenteraadslid, Statenlid of medewerker van de Kamerfractie – is onontbeerlijk. Zo heeft de VVD wethouders uit Zaanstad, Schiedam en Cuijk op de lijst, net als de burgemeester van Aalsmeer. Bij de SP worden plek één tot en met veertien bezet door de huidige Kamerleden, daarna volgen fractiemedewerkers, woordvoerders en anderen met veel politieke ervaring. Bij alle partijen keren veel Kamerleden terug in de Kamer. Dat komt mede doordat de huidige Kamer door de val van het kabinet-Rutte nog geen twee jaar heeft gezeten.

De partijen hechten eraan in alle delen van het land goed vertegenwoordigd te zijn. Een bekende kandidaat uit een regio kan helpen zieltjes in dat gebied te winnen. Is die regionale spreiding gelukt?

Het positieve nieuws: in elke provincie woont tenminste één kandidaat.

Het negatieve nieuws: sommige provincies komen er wel erg bekaaid van af.

Neem Zeeland, waar slechts één kandidaat te vinden is. VVD’er André Bosman (Middelburg, plaats 30) is straks de enige Zeeuwse vertegenwoordiger in de Kamer met het verdwijnen van CDA-dissident Ad Koppejan. Ook Flevoland (2), Drenthe (3) en Groningen (3) steken mager af bij de 64 kanshebbers uit Zuid-Holland. In Den Haag wonen de meeste kandidaten (29), vooral PVV’ers en VVD’ers. Amsterdam volgt met 23, vooral veel SP’ers.

Maar de woonplaats zegt niet alles, vindt D66-campagnestrateeg Annelou van Egmond. Ze wijst op Steven van Weyenberg van de D66-lijst. „Hij woont in Den Haag maar is geboren en getogen in de kop van Noord-Holland. Daar voert hij zeer actief campagne voor ons als ‘Noord-Hollander’. En Sjoerd Sjoerdsma komt uit Limburg en is door de Limburgse pers ook als ‘een van ons’ neergezet.”

Wat verder opvalt aan de kandidaten: het zijn vooral veertigers. Gemiddelde leeftijd gemeten over alle partijen: 43 jaar. De oudste kandidaat is niet bij 50Plus te vinden, maar bij de SP: Jan de Wit, 63 jaar. De PVV heeft de jongste kandidaat: Daniël ter Haar, 22 jaar. Opvallend: GroenLinks heeft relatief oude kandidaten. Bij de eerste zeven staan er vier van 49 jaar en ouder.

Banketbakkers staan op 12 september niet op de lijst. Maar als je toch iemand wilt die geen wethouder of fractiemedewerker is, is er altijd nog CDA’er Jacco Geurts (42) uit Voorthuizen. Eigenaar van een varkenshouderij. Of iets jonger: PVV’er Ter Haar uit Barchem, docent gezelschapsdieren op een agrarische vmbo-school.

Verantwoording: voor dit onderzoek zijn kandidaten geanalyseerd die een reële kans maken op een plek in de Tweede Kamer. Daarbij is gekeken naar de peilingen van Maurice de Hond en Ipsos Synovate tussen 1 juni en nu. Per partij is gekozen voor het hoogste aantal zetels in die periode, plus ongeveer 10 procent, om schommelingen en het eventueel doorschuiven van kandidaten naar de regering op te vangen. Zo ontstond een lijst van bijna 190 personen. Daarbij kon nog geen rekening worden gehouden met mensen op een lagere plaats op de lijst die middels voorkeursstemmen alsnog in de Kamer komen. Alle partijen die kans maken op minimaal 1 zetel zijn meegenomen in deze analyse. De informatie komt van de partijen zelf en van het web.