Er zit geen banketbakker meer in de Kamer

Van alle partijen zijn de kandidatenlijsten voor de verkiezingen bekend. Dus de contouren van de nieuwe Kamer zijn aardig te schetsen. De conclusie: op de lijsten staan nauwelijks ondernemers of lageropgeleiden. Wel zijn enkele mythes te ontkrachten. Het CDA een oude partij? Nee hoor, op D66 na zijn de CDA-kandidaten gemiddeld het jongst.

Het verhaal gaat dat hij ’s ochtends nog in de familiebanketbakkerij in Amsterdam werkte en pas ’s middags naar Den Haag afreisde voor zijn beëdiging tot Kamerlid – in spijkerpak en zonder stropdas. Jan Schaefer werd in 1971 in één klap een prominent politicus toen hij namens de PvdA plaatsnam in de Tweede Kamer. Een man van het volk, met een zwaar Amsterdams accent, tussen keurige Kamerleden.

Ze zijn zeldzaam geworden, dit soort vrijbuiters. Vrijwel niemand belandt meer zonder fatsoenlijke opleiding en politieke ervaring in de Tweede Kamer. Dat blijkt uit een analyse van deze krant, die de achtergrond van de meest kansrijke kandidaten voor de nieuwe Tweede Kamer heeft onderzocht. Alle kandidatenlijsten voor de verkiezingen op 12 september zijn (op 50Plus na) sinds afgelopen weekend definitief.

De contouren van de nieuwe Kamer zijn nu aardig te schetsen. De conclusie: wie in Nederland een politicus de hand schudt, treft meestal een blanke man, in de veertig, afgeronde universitaire opleiding, met politieke ervaring. Ondernemers? Verpleegsters? Lageropgeleiden? Nauwelijks op de lijsten te vinden.

De Grondwet stelt dat de Kamer het hele volk moet vertegenwoordigen. Maar sinds de jaren zeventig luidt de kritiek dat in de Tweede Kamer beroepspolitici en ambtenaren oververtegenwoordigd zijn. En dat is een probleem, vindt Kamervoorzitter Gerdi Verbeet. „Het is fijn als een Zeeuw af en toe eens Zeeuws hoort in de Kamer. Dan denkt hij: hé, dat gaat over mij! Als de Kamer beter geworteld is in de samenleving, betekent dat betere beslissingen en meer begrip daarvoor.”

Bovendien, zegt hoogleraar bestuurskunde Mark Bovens, hebben hoger- en lageropgeleiden niet altijd dezelfde zorgen: „Ze leven in gescheiden werelden. Daardoor hebben hogeropgeleiden een beperkt wereldbeeld. Dat kan leiden tot een scheve politieke agenda.” Al leidt die constatering wat Bovens betreft niet per se tot de conclusie dat er meer lageropgeleiden in de Kamer moeten: „Partijen als de SP en PVV geven lageropgeleiden een stem in de Kamer door te hameren op onderwerpen als immigratie, criminaliteit en scepsis over Europa. Op die manier kan het ook.”

Gerdi Verbeet riep alle politieke partijen vorig jaar op bij de kandidaatstelling niet alleen te letten op het opleidingsniveau, maar ook te kijken naar mensen met veel levenservaring. Tevergeefs, zo blijkt nu. „Dat hebben we wel geprobeerd”, zei PvdA-leider Diederik Samsom afgelopen zaterdag in Trouw. „Het is ook beter gelukt dan anders, maar nog lang niet goed genoeg. De politiek vergt iets van mensen waar lager opgeleiden zich niet echt door voelen aangesproken.” Lastig is ook dat het Kamerwerk ingewikkeld is. Bovens: „Je moet verbaal sterk zijn en veel ingewikkelde stukken lezen. Een academische studie werkt dan in je voordeel.”

Maar als partijen een gebrek aan lageropgeleiden in de Kamer zélf ook als een probleem ervaren, moeten ze actief op zoek gaan, zegt Verbeet. „Ik heb zelf veel lesgegeven op roc’s en vmbo’s. Daar zitten er altijd een of twee tussen die Kamerlid willen worden. Maar ze weten niet hoe ze dat moeten doen.”

En dus bestaat de lichting 2012 uit veel hogeropgeleiden, meestal met een afgeronde universitaire opleiding. Zelfs bij de SP, de ‘partij van de straat’, heeft bijna 80 procent een universitaire studie gedaan. Bij de PVV, die veel lageropgeleide kiezers trekt, is dat ongeveer de helft – en dan is er ook nog een handjevol hbo’ers.

De weinige kandidaten die formeel alleen voortgezet onderwijs hebben gedaan, zijn vaak gestruikeld tijdens hun academische opleiding of hebben later allerlei losse opleidingen gedaan. Geert Wilders is een van de laagst opgeleide Kamerleden, met alleen havo en enkele deelcertificaten aan de Open Universiteit. Magda Berndsen (D66) deed alleen de mulo.

Wie op een kansrijke plek op de lijst wil komen, heeft ook veel baat bij politieke ervaring. Een carrière in de partij – gemeenteraadslid, Statenlid of medewerker van de fractie – is onontbeerlijk. Zo heeft de VVD wethouders uit Zaanstad, Schiedam en Cuijk op de lijst, net als de burgemeester van Aalsmeer. Bij de SP worden plek één tot en met veertien bezet door de huidige Kamerleden, daarna volgen fractiemedewerkers, woordvoerders en anderen met politieke ervaring. Bij alle partijen keren ook veel Kamerleden terug in de Kamer. Dat komt mede doordat de huidige Kamer door de val van het kabinet-Rutte nog geen twee jaar heeft gezeten.

De partijen hechten eraan in alle delen van het land goed vertegenwoordigd te zijn. Een bekende kandidaat uit een regio kan helpen zieltjes in dat gebied te winnen. Is die regionale spreiding gelukt?

Het positieve nieuws: in elke provincie woont ten minste één kandidaat.

Het negatieve nieuws: sommige provincies komen er wel erg bekaaid van af.

Neem Zeeland, waar slechts één kandidaat te vinden is. Met het verdwijnen van CDA-dissident Ad Koppejan is VVD’er André Bosman (Middelburg, plaats 30) straks de enige Zeeuwse vertegenwoordiger in de Kamer. Ook Flevoland (2), Drenthe (3) en Groningen (3) steken mager af bij de 64 kanshebbers uit Zuid-Holland. In Den Haag wonen de meeste kandidaten (29), vooral PVV’ers en VVD’ers. Amsterdam volgt met 23, vooral SP’ers.

De woonplaats zegt niet alles, vindt D66-campagnestrateeg Annelou van Egmond. Ze wijst op Steven van Weyenberg van de D66-lijst. „Hij woont in Den Haag, maar is geboren en getogen in de kop van Noord-Holland. Daar voert hij zeer actief campagne voor ons als ‘Noord-Hollander’. En Sjoerd Sjoerdsma komt uit Limburg en is door de Limburgse pers ook als ‘een van ons’ neergezet.”

Wat verder opvalt aan de kandidaten: het zijn vooral veertigers. Gemiddelde leeftijd gemeten over alle partijen: 43 jaar. De oudste kandidaat zit niet bij 50Plus, maar bij de SP: Jan de Wit (63). De PVV heeft de jongste: Daniël ter Haar (22). GroenLinks heeft relatief oude kandidaten. Bij de eerste zeven staan een 49-jarige (lijsttrekker Jolande Sap) en drie vijftigers.

Banketbakkers staan op 12 september op geen enkele lijst. Maar voor wie toch iemand wil die geen wethouder of fractiemedewerker is, is er altijd nog CDA’er Jacco Geurts (42) uit Voorthuizen. Eigenaar van een varkenshouderij. Of, iets jonger: PVV’er Ter Haar uit Barchem. Die is docent gezelschapsdieren op een agrarische vmbo-school.