Duisternis! Oorlog!

Welke rol speelt schaamte in de politiek? De Amerikaanse psycholoog Thomas Scheff betoogde dat Adolf Hitler alle kenmerken vertoonde van iemand met een pathologie van niet erkende, verdrongen schaamte, als gevolg van de mishandeling door zijn vader. „Geloochende schaamte”, zoals de vermaarde Louis Tas het noemde, kan iets zeer gevaarlijks zijn.

Maar de kiezer, het electoraat? Bestaat er zoiets als schaamte over politieke opvattingen? We stemmen niet voor niets in een hokje. Opiniepeilers spreken van het ‘gordijntjeseffect’: sociaal wenselijk gedrag drukt een groter stempel op de peilingen dan op de uiteindelijke stemming, die tot stand komt als de kiezer zich onbespied weet. Dat is jammer, want zo wordt de electorale kat in het donker geknepen, en democratie vereist – nu ja, zie het motto van deze krant.

Heb ik zelf last van politieke schaamte? Ja. Twee thema’s schieten me te binnen.

Bij de discussie over wat wij uitgeven aan ontwikkelingshulp dacht ik een tijdje geleden: als wij het financieel nu zo moeilijk hebben (eerlijk gezegd geloof ik daar niets van, maar dat is een andere discussie), kun je dan niet zeggen: sorry derde wereld, het hemd is nu even nader dan de rok, we hebben dat geld zelf nodig?

Schaamte kan misplaatst zijn, zij wortelt immers in veronderstelling, maar in dit geval is daar geen sprake van, heb ik vastgesteld. Vrijwel iedereen aan wie ik deze gedachtegang voorlegde, wees hem verontwaardigd van de hand. Het idee dat wij een vast percentage van ons nationaal inkomen reserveren voor ontwikkelingshulp heeft zich in een paar decennia ontwikkeld tot een moreel axioma, een principe dat je nu eenmaal niet ter discussie stelt.

Er zijn weliswaar politici die het schrappen van alle ontwikkelingshulp bepleiten, maar deze argumentatie hanteren zij nooit. Meestal wordt verwezen naar studies die beweren dat al dat geld uiteindelijk niets uithaalt. Moreel gezien is dat natuurlijk ook de minst riskante route: als het geld zijn werk niet doet, berokken je ook niemand schade door het in te houden. Dat ontwikkelingshulp een luxe is die wij ons op dit moment misschien niet kunnen veroorloven, net als gratis huisartsenbezoek, aftrek van hypotheekrente en pensionering bij 65 jaar, dat kun je niet hardop zeggen. Blijkbaar zijn die verschillende geldstromen van elkaar gescheiden door gepantserd glas. (Het wachten is op iemand die dit idee voor ons parfumeert.)

Mijn andere politieke schaamte betreft Europa. Dat ook de Europese gedachte inmiddels de status van moreel axioma heeft verworven, blijkt wel uit het type argumenten waarmee leiders ons tot gehoorzaamheid manen. Stem voor de Europese Grondwet, zei de premier van Ierland, „het is uw democratische plicht”. Stem tegen, zei D66, „en het licht gaat uit”. Behoud de EMU, zegt Angela Merkel nu, „of er komt oorlog”. Voor eigentijdse westerse leiders zijn het archaïsche teksten, als je erover nadenkt. Middeleeuwse vorst gebruikt zonsverduistering om opstandige bevolking in het gareel te krijgen, dat idee.

Er zijn nog maar weinig Europeanen die niet zijn opgegroeid met de Europese gedachte als verworvenheid, onderdeel van de ideële vooruitgang. Het is een vanzelfsprekendheid, een basic in onze morele garderobe. Spreek over het verenigd Europa en je hoort de eerste noten van het Te Deum van Charpentier. Vaak heb ik de neiging om op te staan.

Twijfel aan Europa voelt ongemakkelijk. Clandestien, beschamend. Alsof je in de kerk alleen even rammelt met het geld in de collectezak, in plaats van er zelf iets in te stoppen. Het hóórt niet, al kent iedereen de verleiding. Ik zou het graag met een seculiere metafoor zeggen, maar het valt niet mee er één te vinden, en dat zegt misschien al genoeg.

Bezwaren tegen ‘Europa’ worden vaak ‘eurofobie’ genoemd, ook wel ‘euroscepsis’. Fobie: het is geen overtuiging, het is een angst. Scepsis: het is geen opvatting, maar ongeloof, twijfel aan de waarheid. Wee de bange eurotwijfelaar en wat hij aanricht. Duisternis, oorlog!

Als de komende verkiezingen inderdaad over Europa gaan, zoals menigeen voorspelt, gaat politieke schaamte (lees: het gordijntjeseffect) een belangrijke rol spelen.