DNA-kaart kan banaan redden

De remedie tegen schimmelziekten die de bananenteelt bedreigen, is misschien te vinden in de genen van een ziekteresistente, wilde bananenplant.

Het hele genoom van de banaan (Musa acuminata) is ontcijferd door een overwegend Franse groep onderzoekers die vandaag publiceert in Nature. Ook het Wageningse instituut Plant Research International is erbij betrokken. De wilde banaan die ze voor de analyse kozen, bleek toevallig erg goed bestand tegen ziekten.

Schimmels zijn een groot probleem in de bananenteelt. De ‘Black Sigatoka’ wordt tientallen keren per jaar bestreden op plantages. Plantages in Zuidoost-Azië kampen bovendien met de schimmel Fusarium die Panamaziekte veroorzaakt. Die ziekte doodt bananenplanten en is niet met fungiciden te bestrijden.

De bananen in de supermarkt (uitgezonderd bakbananen) zijn wereldwijd vrijwel allemaal hetzelfde. Eén bananenplant, de Cavendish ‘Grande Naine’, is sinds 1950 volop gekloond en groeit nu overal op plantages voor de export. Die Cavendish is steeds vatbaarder voor schimmels. De schaarse resistentere bananenrassen worden alleen lokaal geteeld.

De wilde banaan ‘Pahang’, waarvan nu het genoom bepaald is, groeit als onkruid in Maleisië – zijn vele zaden maken hem ongeschikt om op te eten. Het ene exemplaar waarvan het genoom bepaald is, bleek in tests onverwacht weerbaar tegen schimmels.

Wageningse onderzoekers onder leiding van Gert Kema deden die bepalingen voor Fusarium. Dat team gaat nu op zoek naar de genen voor die schimmelresistentie. Kema: „Het is verbazingwekkend dat die kennis nog ontbreekt voor zo’n belangrijk gewas. We willen die resistentiegenen uit wilde bananen halen, en in commerciële rassen plaatsen.”

Het team onder leiding van de Française Angélique D’Hont rapporteert in Nature vooral de algemene kenmerken van het bananengenoom en de verwantschap met andere planten, zoals gember, palmen en gras.