De Bovenbazen (50)

Daar binnen bewoog zich iets en nu stak een bejaard ventje het hoofd uit de stam.

‘Kwetal!’ riep heer Ollie verrast. ‘De breinbaas!’

‘Och nee,’ zei het mannetje verlegen. ‘Geen breinbaas. Ik begrijp het allemaal niet zo goed meer.’

‘Wat begrijp je niet?’ vroeg heer Bommel, die zijn gedrukte stemming voelde verminderen.

‘Ik begrijp niet, wat er gebeurt,’ legde Kwetal uit. ‘De woestijn nadert – en daarom ben ik bezig te verhuizen. Maar waarom? Weet u ook waarom men bezig is de groeisels te vermalen? U weet zoveel.’

‘Och ja,’ zei heer Ollie gevleid. ‘Dat kan ik toevallig wel uitleggen. Kijk, het zit zo. Hier in de natuur wordt Solium gevonden. En één gram Solium…’

‘Wat is Solium?’ vroeg de ander.

‘Solium,’ verklaarde heer Bommel, ‘is eh… wel, het geeft energie, als je begrijpt wat ik bedoel. Eén gram Solium geeft genoeg energie voor een jaar. Voor een hele stad. Geweldig, hè?’

‘Heel geweldig!’ gaf het grijsaardje toe. ‘Nou! Is een gram veel?’

‘Nee, juist héél weinig,’ zei heer Ollie trots. Maar tot zijn verbazing liet zijn toehoorder nu moedeloos het hoofd hangen.

‘Dan begrijp ik het niet,’ zei hij treurig. ‘U hebt zo’n reusachtig denk­raam. Wat voor u weinig is, is voor mij veel. Want het bos hier beneden is vermalen; en ik vond het een gróót bos!’