Allez / Abandon

Op dagen dat je veel gereisd hebt lijkt de ochtend altijd zo lang geleden. Je gaat in gedachten terug naar het begin van de dag, toen je nog je tas stond in te pakken en in de haast koffie over je broek gooide. ‘s Avonds ben je ergens anders en overheerst een ander gevoel. Je bent dat van de koffie al vergeten. Er is in de tussentijd te veel gebeurd.

Ik zag de kin van Cadel Evans, waar de ene na de andere zweetdruppel vanaf viel, richting het voorwiel en het asfalt. Hij keek omlaag. De gele trui reed een minuut voor hem, maar zelfs de seconde die zijn ploeggenoot Tejay van Garderen op hem had, leek al onoverbrugbaar. Evans ging soms even in de pedalen staan, en dan weer zitten.

Het licht ging uit. Een Tourwinnaar die de Tour verloor.

Pierre Rolland kwam als eerste boven op La Toussuire. Haalde zijn handen van het stuur, ritste zijn groene shirtje dicht, pakte nog snel het kettinkje er tussenuit voor een kus - aan de finish was er zoveel te doen dat juichen pas enkele meters na de streep kon. In 148 loodzware kilometers had hij zich de sterkste getoond, net als vorig jaar op Alpe d’Huez. Er zat een flinke wond op zijn linkerdijbeen na een te scherpe bocht in de afdaling. Maar hij was weer opgestaan.

Allez P. Rolland. Gaan, Pierre. Een paar toeschouwers hadden het op een spandoek geschilderd en hij deed het. Een groot winnaar.

Hebben wij nog zulke winnaars? Er kwamen een paar namen bij me op. Namen van een tijdje geleden, die nog ergens in mijn hoofd hingen. Ze hadden zich in woord steeds strijdbaar getoond, maar op de fiets werkte het lichaam tegen. Ze gaven op, en met hen ook wij, Nederlanders voor de televisie. Rob Ruigh, Lieuwe Westra, Bauke Mollema, Robert Gesink. Allez? Nee. Abandon.

Waren zij er ook vandaag? Het lijkt alweer zo lang geleden.