196 landen bijeen: en nu wapenhandel intomen

Europese exportlanden van wapens willen deze maand in New York de wapenhandel aan banden leggen. De VS, Rusland en China zijn minder enthousiast.

Wordt de wereld veiliger? Delegaties uit zo’n 190 landen onderhandelen sinds vorige week in New York over een verdrag om de handel in wapens te beteugelen. Aan het einde van deze maand moet er een akkoord liggen. Dat moet het leven dragelijk maken voor miljoenen mensen die nu nog lijden onder gewapende conflicten, onderdrukking en geweld, zei VN-topman Ban Ki-Moon bij het begin van de conferentie. „Een schande” dat zo’n verdrag nog niet bestaat, zei hij.

De beoogde Arms Trade Treaty zou een doorbraak zijn. Ze verbiedt export van wapens als ze worden gebruikt voor schending van mensenrechten, verkocht aan regimes die armoedebestrijding verwaarlozen, of in handen dreigen te komen van misdadigers of terroristen.

Zo kan veel ellende worden voorkomen. Volgens de VN telt de wereld 42,5 miljoen ontheemden en asielzoekers – de meesten op de vlucht voor gewapende strijd. Met een alom geaccepteerd keurmerk voor wapenhandel zou het een stuk onwaarschijnlijker worden dat ‘foute’ regimes (zoals in Soedan) in het zadel kunnen worden gehouden, of dat wapens weglekken naar ongeregelde strijdgroepen (zoals in Libië).

Actueler nog: met zo’n keurmerk zou plotseling een einde komen aan de verdeeldheid tussen het Westen enerzijds en Rusland en China anderzijds over wapensteun aan het bewind in Syrië (of juist aan de oppositie) – een kwestie die als een donkere schaduw over de conferentie hangt.

Het klinkt te mooi om waar te zijn. De meeste waarnemers gaan er dan ook vanuit dat het uiteindelijke verdrag er veel minder robuust zal uitzien als waarop Ban Ki-Moon op hoopt – áls er bij het slot van de conferentie op 27 juli al een akkoord is.

Toch is er ook reden voor enig optimisme, meent onderzoeker Sarah Parker van Small Arms Survey, een in Zwitserland gevestigde organisatie die onder andere door Nederlandse wordt gesteund. Los van de vraag welke criteria worden afgesproken, de totstandkoming van een wapenverdrag op zich „zal een belangrijke stap zijn in het proces van het formuleren van normen (en standaarden) op het gebied van de wapenhandel”, schrijft ze in een email. Ze ziet vooral uit naar „een bindend instrument dat regelt hoe staten het onderwerp van wapenexport moeten behandelen en hun besluiten over uitvoervergunningen moeten nemen”.

Binnen de VN bestaan richtlijnen voor wapenhandel waaraan lidstaten zich vrijwillig kunnen houden. Ook is er een actieprogramma voor kleine wapens en geweren – sluipende massamoordenaars, noemen actiegroepen die. In de Arms Trade Treaty moet de vrijblijvendheid worden ingeruild voor strakke, afdwingbare normen die gelden voor de handel in alle conventionele wapens – van straaljagers tot raketwerpers, en van marineschepen tot pistolen.

De wapenhandel vormt „een groeiende bedreiging voor de menselijkheid” en daarom zijn strenge regels nodig, schreven William Hague, Laurent Fabius, Guido Westerwelle en Ewa Björling in een open brief. Hun stem legt gewicht in de schaal, zij zijn minister van Buitenlandse Zaken van respectievelijk Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Zweden. Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië zijn in die volgorde de belangrijkste wapenexporteurs in de wereld, alleen vooraf gegaan door de VS en Rusland.

De onderhandelingspositie van die laatste twee en van onder andere China is minder duidelijk. Dat er überhaupt kan worden onderhandeld, is te danken aan een ommezwaai die de VS eind 2009 maakten onder president Barack Obama. Zijn voorganger George W. Bush wilde niets van zo’n alomvattend verdrag weten. Ook nu nog is de scepsis groot in de VS, waar de binnenlandse wapenlobby vreest voor aantasting van grondwettelijke vrijheid en waar een conservatieve denktank als Heritage Foundation er fijntjes op wijst dat dictators en terroristen zich niets gelegen laten liggen aan wapenafspraken, maar democratieën als Israël en Taiwan er wel hinder van hebben.

Net als China, Syrië, Egypte en Pakistan willen de VS munitie niet in het verdrag. De VS willen de verwijzing van mensenrechtenschendingen afzwakken tot de formulering dat ze ‘in overweging’ moeten worden genomen; Rusland en verschillenden landen in het Midden-Oosten willen een verdere afzwakking. China wil dat kleine wapens buiten beschouwing worden gelaten, evenals alle wapenschenkingen (aan bevriende regimes in bijvoorbeeld Afrika).

Verschillende landen hebben aangegeven waar hun ‘rode lijn’ ligt, maar nog niet het achterste van de tong laten zien, zegt Sarah Parker van Small Arms Survey.

Net als organisaties als Amnesty International en Oxfam vindt Parker opneming van het criterium over mensenrechten cruciaal. Andere, zoals armoedebestrijding en corruptie, zijn moeilijker meetbaar. Ze conflicteren gemakkelijker met het ook door de VN erkende recht op zelfverdediging. „Hoe ‘objectiever’ de criteria, des te gemakkelijker er over kan worden onderhandeld, en ze in de praktijk kunnen worden toegepast”.

De uitvoering is natuurlijk niet het minst belangrijke aspect van het wapenverdrag. Wie bepaalt en wie controleert? Er wordt gesproken over een ‘implementation support unit’ van de VN. Maar geen enkele lidstaat geeft nationale bevoegdheden op zo’n politiek en economisch strategisch terrein als wapenhandel prijs.