Wreedheid van de oorlog in Indië was al bekend. Maar nog niet te zien

Meer onderzoek is nodig naar de strijd in Nederlands-Indië, zeiden historici vorige maand al. Een in Enschede gevonden fotoalbum laat in elk geval zien dat Nederlandse soldaten bij executies aanwezig waren.

De twee foto’s van wat sterk lijkt op een standrechtelijke executie van een tiental Indonesiërs door Nederlandse militairen die gisteren zijn gepubliceerd, zijn meteen iconisch genoemd. Niet eerder werd zo expliciet in beeld gebracht dat Nederlanders betrokken waren bij executies. Maar dát ze oorlogsmisdaden pleegden tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië is allesbehalve nieuws. De oorlog tussen 1945 en 1949 kostte aan 150.000 Indonesiërs het leven. En schone oorlogen bestaan niet.

Wat we al wisten

Tijdens de oorlog zelf werd het beeld daarvan in Nederland bepaald door de propagandamachine van de overheid. Die slaagde er goed in om met foto’s en filmpjes in het bioscoopjournaal dienstplichtigen en hun families ervan te overtuigen dat in Nederlands-Indië gestreden werd voor de goede zaak, het behoud van het vaderland. De terreur van opstandige Indonesiërs tegen de eigen bevolking creëerde „de noodzaak om politioneel in te grijpen”, zo kregen bioscoopbezoekers te horen. In plaats van een guerrillaoorlog van onafhankelijkheidsstrijders die met grove vergelding gepaard ging, heette het optreden eufemistisch ‘politionele acties’. Acties die nodig waren om de orde te herstellen. En kijk eens naar de foto’s van lachende Indonesische kinderen die de Nederlandse militairen verwelkomden in de kampongs die zij aandeden. Zo blij waren ze met ons.

Hoe verschrikkelijk de taferelen van de oorlog werkelijk waren, leek niemand te willen horen toen de soldaten na 1949 verslagen thuiskwamen. Pas twintig jaar later doorbrak een ex-militair het zwijgen. In een uitzending van het VARA-programma Achter het Nieuws vertelde Joop Hueting dat hij oorlogsmisdaden had zien gebeuren en eraan had meegedaan. Hij sprak van het doorzeven van kampongs, verhoren waarbij verschrikkelijk gemarteld werd en het afmaken van gevangenen. Uit onderzoek in datzelfde jaar, onder strakke politieke regie, kwamen 76 ‘excessen’ aan het licht.

De meest gruwelijke misdaden zijn toegeschreven aan luitenant Raymond Westerling, die huishield onder de bevolking van Zuid-Sulawesi. Een bloedbad dat meer recentelijk is opgerakeld, is dat van het dorp Rawagede in december 1947. Vorig jaar kregen nabestaanden van de slachtoffers daar een schadevergoeding en excuses van de Nederlandse Staat.

Vanaf de jaren zeventig heeft divers historisch speurwerk naar de periode plaatsgevonden en hebben dagboeken en interviews inzicht gegeven in martelingen en executies aan beide zijden van het conflict. Maar volgens de onderzoeksinstituten NIOD, NIMH en KITLV moet nu eindelijk eens diepgravend onderzoek worden gedaan naar alle geweld in die strijd. Ze riepen de regering vorige maand op daar twee tot drie miljoen euro voor vrij te maken.

Wat de foto’s toevoegen

Op de beelden die in het stadsarchief van Enschede zijn opgedoken – uit een privéalbum van een overleden man – is geen moment van executie te zien. Het lijken de before- en after-foto’s van het neerschieten van drie jonge mannen in korte broeken. Het ene moment staan ze op de rand van een greppel, het volgende moment liggen ze erin, onder toeziend oog van Nederlandse militairen. Historici twijfelen niet aan de authenticiteit van de foto’s, maar het is onduidelijk waar en wanneer ze genomen zijn. Nader onderzoek zal dat moeten uitwijzen.

Wat de beelden wel laten zien is dat Nederlanders bij de executie aanwezig waren. Van eerdere foto’s van massagraven kon gezegd worden dat Nederlanders ze zo aantroffen na vergeldingen tussen Indonesiërs onderling. „Er wordt ook erg makkelijk gezegd dat de misdaden alleen werden gepleegd door het korps speciale troepen, maar de eigenaar van dit fotoboek was een dienstplichtige van de veldartillerie”, zegt historicus Harry Poeze van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV). Wat hem betreft staven de beelden vooral het bewijs van wreedheden dat er al was. Historici hebben ondervonden dat herinneringen van Indië-veteranen, zeker als die traumatisch zijn, niet altijd betrouwbaar zijn. Foto’s uit de tijd dat die nog niet digitaal te manipuleren waren worden snel gezien als bewijs.

Het opduiken van de foto’s komt historici wel erg goed uit, nog geen maand nadat de onderzoeksinstituten opriepen tot een nieuw onderzoek. Poeze, die waarschijnlijk namens het KITLV aan zo’n overzicht zou meewerken, belooft dat onderzoek ook de details van deze beelden aan het licht kan brengen. En dat in Nederland en Indonesië meer van dergelijk materiaal verstopt moet zijn in dagboeken en fotoalbums.

Wat scholieren erover leren

Het veranderende beeld van de strijd om Indonesië klinkt door in het onderwijs. Al is het maar omdat de terminologie verschuift van ‘politionele acties’ naar ‘koloniale oorlog’ of ‘Indonesische onafhankelijkheidsstrijd’. Toch zuchten geschiedenisleraren eerst wanneer hun gevraagd wordt naar de aandacht voor dit onderwerp. Leerlingen krijgen op de middelbare school misschien twee uur geschiedenis per week, als zij het vak überhaupt hebben.

„In de leerboeken wordt ingegaan op de Japanse bezetting, de Bersiap-periode, politionele acties en de uiteindelijke onafhankelijkheid”, vertelt Maas van Egdom, leraar in Alphen aan de Rijn en voorzitter van de vereniging van geschiedenisdocenten. „Er wordt niet ingegaan op het concrete niveau van oorlogvoering: de guerrilla’s en de excessen. Dat is afhankelijk van wat docenten er zelf aan materiaal aan toevoegen.”

Hij vertelt zijn leerlingen altijd over zijn vader, die drieënhalf jaar ambulancechauffeur was als dienstplichtige in Nederlands-Indië. Hij is verbaasd door de ophef over de foto’s. „Mijn vader had ook twee fotoalbums en daar zaten veel foto’s in die hij had gekregen en waarvan hij niet wist wie ze gemaakt had. Die werden rondgedeeld.”

Van Egdom denkt niet dat de ontdekte foto’s snel in het lesmateriaal worden opgenomen. Eerst moet maar eens aangetoond worden wie en wat erop staat. Voorlopig doet hij het voor de derdeklassers op het vwo met de spotprenten in het lesboek Bronnen. Op de ene pagina die daar aan de onafhankelijkheid van Indonesië gewijd wordt. „Op de tekeningen staan de wederzijdse vijandbeelden van Nederland en Indonesië. De propaganda van destijds, maar nu wel belicht van beide kanten.

Column H.J.A. Hofland: pagina 14