Waarom is 't zo bar met winstwaarschuwingen?

Waar zijn ze gebleven, die winstwaarschuwingen die vroeger zo gewoon waren?

Overmorgen publiceert bouwbedrijf Ballast Nedam zijn resultaten over het eerste halfjaar, negen werkdagen na het sluiten van de boeken. Daarna volgt het peloton. Rekenmeesters maken overuren.

Onder ‘normale’ omstandigheden komen eerst de waarschuwingen en dan de winsten. Vorig jaar hadden we nu al winstwaarschuwingen gehoord van achtereenvolgens Philips (22 juni), verf- en chemiereus Akzo Nobel (27 juni, ’s ochtends), navigatiebedrijf Tomtom (27 juni, ’s middags) en voedingsfonds CSM (5 juli).

Hoe gaat dat met die waarschuwingen? In de loop van juni krijgen de financieel directeuren de cijfers van de werkmaatschappijen over de eerste vijf maanden. Als zij twijfelen of het echt zo slecht gaat als de cijfers zeggen, kunnen zij nog een weekje wachten. Misschien trekken de resultaten nog wat aan. Zo niet, dan volgt het winstalarm. Beleggers moeten immers weten hoe het gaat.

Twee internationale producenten van merkartikelen lieten eind juni wél van zich horen. Procter & Gamble (Dash tot Duracell) en Danone (Evian, yoghurt, Olvarit) verlaagden hun prognoses. Als gevolg van het lage consumentenvertrouwen en de Spaanse teloorgang kopen mensen minder én zij vervangen (duurdere) A-merken voor goedkopere huismerken. Beleggers en analisten vertaalden het dubbele winstalarm meteen naar andere A-merkondernemingen (Unilever) en naar bedrijfstakken zoals supermarkten (Ahold).

Het gaat om drie redenen slecht met de Nederlandse winstwaarschuwingen.

1. Het merendeel van de beursgenoteerde ondernemingen geeft geen concrete verwachting meer. De economie is te grillig, zegt de een. Te veel onzekerheid.

Maar er is ook berekening. Winstverwachtingen voeden de kortademigheid van beleggers en analisten, zeggen anderen. Je wordt alleen beoordeeld op de vraag of de kwartaal-op-kwartaalwinst is gestegen. Alsof er geen lange termijn is.

Maar ondertussen houden ondernemingen en hun financiële adviseurs de taxaties van analisten en anderen in de gaten. Het laatste wat bedrijven willen, is dat hun werkelijkheid en de marktverwachtingen te veel uit elkaar lopen. Wee het vertrouwensverlies.

2. De verwachtingen zakken sneller in elkaar dan de resultaten. De stand van de beursgraadmeter AEX van 300 duidt niet op extra vertrouwen ten opzichte van een half jaar eerder. Bedrijven zien geen reden om die verwachtingskloof te dichten. Dat ligt aan de somberheid van de beleggers.

3. De feitelijke winsten dalen in lijn met de verwachtingen. Je kunt het uittekenen. Banken zitten met meer slechte debiteuren. In de detailhandel heerst een kopersstaking. De bouw ploetert tegen de achtergrond van record leegstand van kantoren en stagnatie op de huizenmarkt. Exporteurs lijden onder wegvallende vraag én wanbetalers in Zuid-Europa. Tegenvallers? Deze weken onvermijdelijk.

Maar waar de verwachtingen in de uitverkoop gaan, ontstaat ruimte voor meevallers. Reorganisaties reduceren kosten. Het tekort aan waarschuwingen wijst ook op gezonde winstgroei. Maar dat zegt een bedrijf pas als het echt zeker is. Dus na 30 juni.

Let de komende weken op ondernemingen als Accell (fietsen), ASML (chipmachinefabrikant), Delta Lloyd (verzekeringen/vermogensbeheer), Twentsche Kabel (technologie voor telecom en industrie) en beursnieuweling Ziggo (kabel en internet).

Waarschuwingen zijn uit. Reken maar op wat winstverrassingen.

Menno Tamminga