Steve Jobs vond het niks, maar de iPad mini komt er toch aan

De geruchtenmolen weet het – bijna – zeker: Apple bouwt een kleine versie van de iPad. Terwijl iPad-bedenker Steve Jobs bezwoer dat zo’n klein apparaat ten dode opgeschreven zou zijn.

Nu zowel Microsoft als Google aangekondigd heeft een tablet-pc onder eigen merknaam te gaan bouwen, is het wachten op de reactie van Apple. Dat is immers tot nu toe heer en meester in tablet-land met de iPad.

Zou Apple-baas Tim Cook zenuwachtig worden van Microsofts Surface of de Google Nexus 7? Of misschien van de aanstaande nieuwe versie van Amazons Kindle Fire?

Afgelopen week borrelden concrete aanwijzingen op dat Apple een kleinere versie van de iPad zou voorbereiden. De bron is een analist van onderzoeksbureau NDP Display Search, die aan nieuwssite CNet vertelde dat er op grote schaal een 7,85 inch scherm geproduceerd wordt in opdracht van Apple. „Ik weet niet hoe het apparaat gaat heten, maar het wordt een tablet.”

The Wall Street Journal bevestigde het gerucht op basis van anonieme ingewijden en gaat uit van een introductie in het najaar, voor de Kerst. Sindsdien denkt iedereen zeker te weten dat er een iPad mini aan komt, behalve Apple. Het bedrijf zwijgt in alle talen – dat levert des te meer publiciteit op.

Een iPad mini zou een opmerkelijke keuze zijn. Want Steve Jobs, wijlen Apple-oprichter en de Grote Gangmaker achter de iPad-rage, noemde 7 inch tablets ooit „tweeners”; apparaten die tussen een tablet en een smartphone inzitten en daarom vlees noch vis zijn. Te groot voor je binnenzak, te klein voor de aktentas. Jobs, nooit te beroerd om concurrenten een veeg uit de pan te geven, omschreef de kleinere tablets als „DOA – dead on arrival”.

Jobs deed zijn uitspraken echter in 2010, voordat Amazon en Google op de proppen kwamen met tablet-pc’s die minder dan de helft van een iPad kosten. Grote Android-tablets, de lookalikes, wisten het marktaandeel van de iPad amper te bedreigen. Dat komt vooral omdat ze vaak evenveel kosten als de Apple-tablet, maar minder geschikte apps te bieden hebben.

Tot nu toe hield Apple stug vast aan het 9,7 inch beeldscherm en de 4:3 beeldverhouding voor zijn tablet pc. Dat formaat werkt wat makkelijker als je veel moet typen, toont meer van websites en is een betere e-reader. Tablets in kleinere maten zijn bedoeld om digitale media op te consumeren, liefst op een 16:9 breedbeeldscherm om video te kijken zonder zwarte balken.

Amazon bouwde voor de 7 inch Kindle Fire (niet in Nederland te koop, in de VS verkocht-ie goed) een eigen versie van Android met een geïntegreerde webwinkel. Google levert de Nexus 7 af met een volwaardige winkel voor software, boeken, tv, video en muziek (Play Store, concurrent voor de iTunes Store). De Google Nexus 7 kost net als de Kindle Fire 199 dollar. Waarschijnlijk verkopen beide bedrijven hun tablets zonder winst, of zelfs met verlies. Ze verdienen immers aan hun webwinkel (Amazon) of advertenties (Google).

Twee dingen zijn zeker: Apple is geen prijsstunter en past niet snel het beeldformaat aan – daar hebben app-makers een hekel aan. Daarom heeft de iPhone al vijf jaar lang een 3,5 inch scherm, terwijl andere fabrikanten al gegroeid zijn naar 4,5 inch of groter. De iPhone 5, ook gepland voor het najaar, wordt eindelijk een maatje groter, maar het blijft vermoedelijk bij een bescheiden 4 inch.

Met een beetje fantasie kun je dat ook al zien als een iPad mini.